wetzoeker

Voorschrift 11 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- ALGEMENE VOORZIENINGEN

(1) Een Internationaal Veiligheidscertificaat voor Vissersvaartuigen wordt voor een tijdsduur van niet langer dan vier jaar afgegeven en wordt niet langer verlengd dan voor één jaar, afhankelijk van de periodieke en tussentijdse onderzoeken zoals voorgeschreven in Voorschrift 6 (1) (b) en (c), behalve in de gevallen waarin is voorzien in lid (2), (3) en (4) van dit Voorschrift. Een Internationaal Certificaat voor Vrijstelling van Vissersvaartuigen heeft een geldigheidsduur die niet langer mag zijn dan die van het Internationaal Veiligheidscertificaat voor Vissersvaartuigen.

(2) Indien een vaartuig zich ten tijde van het aflopen of ophouden van de geldigheidsduur van zijn certificaat niet bevindt in een haven van de Partij wier vlag het vaartuig gerechtigd is te voeren, mag de geldigheidsduur van het certificaat door die Partij worden verlengd, doch een dergelijke verlenging mag slechts worden verleend om het vaartuig in staat te stellen zijn reis naar een haven van die Partij waar het aan een onderzoek zal worden onderworpen, te voltooien en dan nog alleen in gevallen, waarin het gepast en redelijk voorkomt dit te doen.

(3) Van geen enkel certificaat mag op deze wijze de geldigheidsduur voor een langere tijdsduur dan vijf maanden worden verlengd en een vaartuig, ten behoeve waarvan een dergelijke verlenging wordt verleend, mag, nadat het in een haven van de Partij wier vlag het vaartuig is gerechtigd te voeren of de haven waar het aan een onderzoek zal worden onderworpen, is aangekomen, niet krachtens een dergelijke verlenging een zodanige haven verlaten zonder een nieuw certificaat te hebben verkregen.

(4) Van een certificaat waarvan de geldigheidsduur ingevolge de bepalingen van lid (2) niet is verlengd, mag de geldigheidsduur door de Administratie worden verlengd voor een tijdsduur van hoogstens één maand, aanvangende op de op het certificaat vermelde vervaldatum.

(5) Een certificaat verliest zijn geldigheid:

(a) indien belangrijke veranderingen in de voorgeschreven constructie, uitrusting, onderdelen, algemene inrichting of in het voorgeschreven materiaal zijn getroffen, zonder goedkeuring van de Administratie, met uitzondering van de onmiddellijke vervanging van zodanige uitrusting of onderdelen;

(b) indien periodieke of tussentijdse onderzoeken niet zijn verricht binnen de tijdsduur vermeld in Voorschrift 6(1)(b) en (c) dan wel binnen de tijdsduur waarvoor verlenging is verleend overeenkomstig lid (2) of (4) van dit Voorschrift;

(c) op het ogenblik dat een vaartuig onder een andere vlag gaat varen. In het geval een registratie-overdracht heeft plaatsgevonden tussen Partijen, moet de Partij wier vlag het vaartuig oorspronkelijk gerechtigd was te voeren, op verzoek van de andere Partij zo spoedig mogelijk aan die andere Partij afschriften van de certificaten die het vaartuig vóór de overdracht aan boord had, doen toekomen alsmede afschriften van de desbetreffende onderzoekrapporten, indien deze beschikbaar zijn.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl