wetzoeker

Voorschrift 136 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- TECHNISCHE EISEN

(1) Het radiotelegraafstation moet zodanig zijn gelegen, dat door lawaai van buitenaf van mechanische of andere aard de goede ontvangst van radioseinen niet hinderlijk wordt gestoord. Het station moet, om de grootst mogelijke graad van veiligheid te waarborgen, zo hoog als praktisch mogelijk is, in het vaartuig zijn opgesteld.

(2) De radiohut moet van voldoende afmetingen zijn en behoorlijk geventileerd kunnen worden om het mogelijk te maken, het radiotelegrafiestation doelmatig te doen bedienen; de hut mag niet worden gebruikt voor enig doel, dat het gebruik van het radiotelegraafstation zou kunnen belemmeren.

(3) De slaapplaats van ten minste één radio-officier moet zo dicht mogelijk bij de radiohut gelegen zijn als praktisch uitvoerbaar is.

(4) Een doelmatig tweezijdig systeem voor oproep en mondeling contact moet tussen de radiohut en het stuurhuis of eventueel een andere plaats vanwaar het vaartuig genavigeerd wordt, aanwezig zijn, dat onafhankelijk moet zijn van het hoofdcommunicatiesysteem van het vaartuig.

(5) De radiotelegrafie-installatie moet op een zodanige plaats zijn opgesteld, dat zij beschermt is tegen schadelijke inwerking van water of van extreme temperaturen. Zij moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zowel voor onmiddellijk gebruik in een noodgeval als voor herstelwerkzaamheden.

(6) Er moet een betrouwbaar uurwerk aanwezig zijn met een wijzerplaat van niet minder dan 125 millimeter middellijn, waarop de door het Radioreglement voor de radiotelegraafdienst voorgeschreven stilteperioden zijn aangegeven en die voorzien is van een in het middelpunt daarvan geplaatste secondewijzer. Het moet solide op een dusdanige plaats in de radiohut zijn gemonteerd, dat de gehele wijzerplaat gemakkelijk en nauwkeurig door de radio-officier of radiotelegrafist vanaf de bedieningsplaats van de radiotelegrafie-installatie en vanaf de plaats, waar het radiotelegrafie-auto-alarmtoestel wordt beproefd, kan worden waargenomen.

(7) In de radiohut moet een betrouwbare noodverlichting, bestaande uit een elektrische lamp vast zijn aangebracht die de bedieningsknoppen van de telegrafie-installatie en het in paragraaf (6) vereiste uurwerk voldoende verlicht. Deze lamp moet - indien aangesloten op de reservekrachtbron - kunnen worden in- en uitgeschakeld door middel van hotelschakelaars, die geplaatst zijn nabij de hoofdingang van de radiohut en bij de bedieningsplaats van de radiotelegrafie-installatie, tenzij de inrichting van de radiohut zulks overbodig maakt. Deze schakelaars moeten van een duidelijke aanwijzing zijn voorzien waaruit hun doel blijkt.

(8) Er moet òf een elektrische looplamp, welke door de reservekrachtbron wordt gevoed en voorzien is van een flexibel snoer van voldoende lengte, òf een zaklantaarn aanwezig zijn en in de radiohut worden bewaard.

(9) Het radiotelegraafstation moet zijn voorzien van de nodige onderhoudshandboeken, reserve-onderdelen, gereedschappen en meetapparaten, ten einde de radiotelegrafie-installatie - buitengaats - in doeltreffende staat te houden. Ten behoeve van het onderhoud van het station - dient de meetapparatuur ten minste een draagbare multimeter te omvatten, waarmee nauwkeurig de optredende wisselstromen en -spanningen, gelijkstroom en -spanning, alsmede de weerstanden kunnen worden gemeten.

(10) Wanneer een afzonderlijke noodradiotelegraafhut aanwezig is, moeten de eisen van de leden (4), (5), (6), (7) en (8) daarop worden toegepast.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl