wetzoeker

Voorschrift 133 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- LUISTERDIENST

(1) Een vaartuig dat ingevolge de Voorschriften 130 of 131(2)(a) is uitgerust met een radiotelegraafstation, moet - buitengaats - ten minste één radio-officier of radiotelegrafist aan boord hebben en deze radio-officier of radiotelegrafist moet, indien het vaartuig niet is uitgerust met een radiotelegrafie-auto-alarmtoestel, met inachtname van het bepaalde in paragraaf (3) onafgebroken op de radiotelegrafienoodfrequentie luisteren, waarbij hij gebruik maakt van een hoofdtelefoon of een luidspreker.

(2)

(a) Terwijl een vaartuig dat ingevolge Voorschrift 130 is uitgerust met een radiotelegraafstation en tevens is uitgerust met een radiotelegrafie-auto-alarmtoestel buitengaats is, moet een radio-officier die daarbij gebruik maakt van een hoofdtelefoon of een luidspreker met inachtname van de bepalingen van paragraaf (3) per dag gedurende ten minste 8 uur in totaal luisteren op de radiotelegrafienoodfrequentie.

(b) Terwijl een vaartuig waarvan de lengte minder dan 75 meter bedraagt en dat ingevolge Voorschrift 131(2) (a) is uitgerust met een radiotelegraafstation en tevens is uitgerust met een radiotelegrafie-autoalarmtoestel buitengaats is, moet een radio-officier of een radiotelegrafist die daarbij gebruik maakt van een hoofdtelefoon of een luidspreker met inachtname van de bepalingen van paragraaf (3) gedurende de tijdvakken die door de Administratie worden vastgesteld, luisteren op de radiotelegrafienoodfrequentie.

(3)

(a) Gedurende de tijd dat een radio-officier of radiotelegrafist ingevolge het bepaalde in dit Voorschrift moet uitluisteren op de radiotelegrafienoodfrequentie, mag de radio-officier of radiotelegrafist de luisterdienst onderbreken gedurende de tijd, waarin hij verkeer op andere frequenties behandelt of wanneer de radio-officier andere noodwendige radiowerkzaamheden verricht, doch alleen wanneer het praktisch onmogelijk is met een gesplitste hoofdtelefoon of met een luidspreker op de radiotelegrafienoodfrequentie te blijven luisteren. Tijdens de in het Radioreglement voorgeschreven stilteperioden mag de luisterdienst echter niet worden onderbroken, maar moet deze altijd worden onderhouden door een radio-officier of radiotelegrafist die daarbij gebruik maakt van een hoofdtelefoon of luidspreker. Onder de „noodwendige radiowerkzaamheden” van de radio-officier zijn begrepen dringend herstel van:

(i) radiocommunicatie-apparatuur voor veiligheidsdoeleinden; en

(ii) radionavigatie-apparatuur, op order van de kapitein.

(b) Daarnaast kan op vissersvaartuigen met slechts één radio-officier aan boord, deze in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer het praktisch onmogelijk is met een gesplitste hoofdtelefoon of met een luidspreker te luisteren, de luisterdienst onderbreken op order van de kapitein, ten einde onderhoudswerkzaamheden te verrichten ter voorkoming van een dreigend defect aan:

(i) radiocommunicatie-apparatuur voor veiligheidsdoeleinden;

(ii) radionavigatie-apparatuur; en

(iii) andere elektronische navigatie-apparatuur met inbegrip van reparaties; mits:

(iv) de radio-officier naar het oordeel van de Administratie de bevoegdheid heeft deze werkzaamheden te verrichten;

(v) een decoder is aangebracht voor selectieve aanroepen, die voldoet aan de eisen van het Radioreglement; en

(vi) de luisterdienst altijd wordt onderhouden gedurende de door het Radioreglement voorgeschreven stilteperioden door een radio-officier die daarbij gebruik maakt van een hoofdtelefoon of een luidspreker.

(4) Op alle met een radiotelegrafie-auto-alarmtoestel uitgeruste vaartuigen moet - buitengaats - dit alarmtoestel bijstaan gedurende de tijd dat geen luisterdienst als bedoeld in de paragrafen (2) of (3) wordt gehouden en, ìndien dit uitvoerbaar is, tijdens het nemen van radiopeilingen.

(5) De in dit Voorschrift vastgestelde luisterperioden waaronder die, welke door de Administratie zijn voorgeschreven, moeten bij voorkeur worden gehouden tijdens de door het Radioreglement voor de radiotelegraafdienst voorgeschreven perioden.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl