wetzoeker

Voorschrift 131 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- TOEPASSING EN OMSCHRIJVING

(1) Met inachtname van lid (2) moet elk vaartuig - tenzij vrijgesteld ingevolge Voorschrift 132 - zijn uitgerust met een radiotelefoonstation, dat voldoet aan de Voorschriften 142 en 143.

(2) In bijzondere omstandigheden kan de Administratie verlangen of toestaan dat een vaartuig moet zijn uitgerust met één van de volgende radiostations als een alternatief voor de in lid (1) gestelde eisen:

(a) aan boord van een vaartuig waarvan de lengte minder dan 75 meter bedraagt, een radiotelegraafstation, dat voldoet aan de Voorschriften 136 en 137; of

(b) aan boord van een vaartuig van ongeacht welke afmetingen, dat buitengaats binnen het bereik van Zeer Hoge Frequentie (VHF)-kuststations blijft, een VHF-radiotelefoonstation dat voldoet aan Voorschrift 144.

Bij haar overwegingen inzake zodanige bijzondere omstandigheden moet de Administratie rekening houden met de veiligheid op zee, met inbegrip van de maximale afstand van het vaartuig tot de kust, de tijdsduur dat het vaartuig op zee is, de afwezigheid van mogelijke algemene gevaren voor de vaart en de geschiktheid van het vaartuig om doeltreffend deel te nemen aan de hulpverlening in noodgevallen op zee.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl