wetzoeker

Voorschrift 61 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- TIJDELIJK ONBEMANDE RUIMTEN VOOR MACHINES

(1) In vaartuigen waarvan de lengte 75 meter of meer bedraagt, moet op onderstaande wijze in de elektrische hoofdkrachtbron voorzien worden:

(a) Wanneer de elektrische energie normaal kan worden opgewekt door één generator, moet een doelmatige belastingsreductie-inrichting anwezig zijn, ten einde de voeding van de noodzakelijke werktuigen voor de voortstuwing en besturing te verzekeren. Voor het geval dat de in bedrijf zijnde generator uitvalt, moeten passende voorzieningen aanwezig zijn voor het automatisch starten en voor het automatisch schakelen op het hoofdschakelbord van een stand-by generator. Deze generator moet van voldoende capaciteit zijn om de voortstuwing en besturing mogelijk te blijven maken, terwijl de noodzakelijke hulpwerktuigen automatisch opnieuw in bedrijf worden gesteld, zonodig met volgordeschakeling. Ten genoegen van de Administratie kan een voorziening zijn aangebracht om de stand-by generator op afstand (met de hand) in bedrijf te stellen en deze op het hoofdschakelbord te schakelen, terwijl tevens een voorziening aanwezig kan zijn om de noodzakelijke hulpwerktuigen op afstand herhaalde malen te starten; en

(b) indien de elektrische energie normaal wordt opgewekt door meer dan één parallel geschakelde generator, moeten voorzieningen zijn getroffen bij voorbeeld door middel van een niet-belangrijke groepenafschakelinrichting, ten einde zeker te stellen dat in geval één van deze generatoren uitvalt, de overige generatoren in bedrijf worden gehouden zonder dat overbelasting optreedt, ten einde de voortstuwing en besturing te onderhouden.

(2) De voor de voortstuwing noodzakelijke hulpwerktuigen welke zonodig dubbel moeten zijn uitgevoerd, dienen van een automatisch omschakelapparatuur te zijn voorzien die het stand-by werktuig in bedrijf kan stellen. Een alarmsignaal moet bij automatische omschakeling worden gegeven.

(3) Automatische bedienings- en alarmsystemen dienen als volgt te zijn uitgevoerd:

(a) het bedieningssysteem moet zodanig zijn, dat door middel van de noodzakelijke automatische inrichtingen de voorzieningen voor de werking van de hoofdvoortstuwingswerktuigen en hun hulpwerktuigen verzekerd zijn;

(b) wanneer inwendige verbrandingsmotoren voor de hoofdvoortstuwing worden gebruikt, moeten middelen zijn aangebracht ten einde de aanzetlucht benodigd voor het starten op de vereiste druk te houden;

(c) een alarminstallatie die voldoet aan Voorschrift 60, moet zijn aangebracht voor alle belangrijke drukken, temperaturen, vloeistofpeilen enz; en

(d) waar dienstig moeten op een geschikte centrale plaats de noodzakelijke alarmpanelen en instrumentenborden zijn aangebracht, die elke gealarmeerde storing aangeven.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl