wetzoeker

Voorschrift 53 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- MACHINE-INSTALLATIES

(1) Koelinstallaties moeten zodanig zijn ontworpen, geconstrueerd, beproefd en geïnstalleerd, dat ten genoegen van de Administratie rekening is gehouden met de veiligheid van de installaties met het oog op de mogelijke schade die personen ten gevolge van het gebruikte koelmedium kunnen ondervinden.

(2) Koelmedia voor het gebruik in koelinstallaties moeten ten genoegen van de Administratie zijn. Het gebruik van methylchloride als koelmedium is echter niet toegestaan.

(3)

(a) Koelinstallaties moeten voldoende beschermd zijn tegen trilling, schokken, uitzetting, krimping enz. en moeten voorzien zijn van een automatische veiligheidsinrichting waardoor een gevaarlijke stijging van de temperatuur en van de druk wordt voortkomen.

(b) Koelinstallaties waarin giftige en ontvlambare koelmedia worden ruikt, moeten voorzien zijn van af voerinrichtingen die uitmonden op een plaats waar het koelmedium geen gevaar oplevert voor vaartuigen of opvarenden.

(4)

(a) Elke ruimte waarin koelmachines die giftige koelmedia gebruiken, met inbegrip van koelers en gastanks, zijn ondergebracht, moeten door gasdichte schotten van aangrenzende ruimten gescheiden zijn. Elke ruimte waarin koelmachines met inbegrip van koelers en gastanks zijn ondergebracht, moet zijn voorzien van een lekzoeksysteem en met een aanwijsinstrument die moet zijn aangebracht naast de ingang tot deze ruimte, die tevens voorzien moet zijn van een onafhankelijk ventilatiesysteem en van een watersproeiinstallatie.

(b) Indien ten gevolge van de grootte van het vaartuig het praktisch niet uitvoerbaar is, dat de koelinstallatie in een afzonderlijke ruimte wordt ondergebracht, mag deze installatie geplaatst worden in de ruimte voor machines, mits de hoeveelheid koelmedium die gebruikt wordt geen gevaar oplevert voor personen in de ruimte voor machines, in geval de totale hoeveelheid gas zou ontsnappen, en mits een alarminstallatie is aangebracht waardoor een gevaarlijke concentratie van gas kan worden gesignaleerd, in geval zich een lekkage in de ruimte voordoet.

(5) In ruimten voor koelmachines en in koelkamers moeten alarminrichtingen zijn aangebracht die in verbinding staan met het stuurhuis, de controlestations of nooduitgangen ten einde te voorkomen dat personen opgesloten raken. Ten minste één uitgang van elke zodanige ruimte moet van binnenuit geopend kunnen worden. Wanneer zulks praktisch uitvoerbaar is, moeten uitgangen van de ruimten waarin koelinstallaties zijn ondergebracht die giftig of ontvlambaar gas gebruiken, niet rechtstreeks toegang geven tot ruimten voor accommodatie.

(6) Wanneer een koelmedium in een koelinstallatie wordt gebruikt dat schadelijk is voor personen, moeten ten minste twee stel ademhalingstoestellen aanwezig zijn, waarvan één stel zodanig geplaatst moet zijn dat het naar verwachting steeds bereikbaar is, in geval koelmedium ontsnapt. Ademhalingstoestellen die deel uitmaken van de brandbestrijdingsmiddelen van het vaartuig kunnen beschouwd worden geheel of ten dele aan deze bepaling te beantwoorden, op voorwaarde dat de plaatsing daarvan voldoet aan beide doeleinden. Wanneer gebruik wordt gemaakt van draagbare ademhalingstoestellen, moeten reservecilinders aanwezig zijn.

(7) Met betrekking tot de koelinstallaties dienen duidelijke richtlijnen voor de veilige bedrijfsvoering en hoe te handelen in noodgevallen in de vorm van doelmatige instructieplaten aan boord van het vaartuig te zijn aangebracht.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl