wetzoeker

Voorschrift 51 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- MACHINE-INSTALLATIES

(1) Elk vaartuig moet ten genoegen van de Administratie zijn voorzien van een hoofdstuurinrichting en van een hulpinrichting om het roer te kunnen draaien. Deze inrichtingen moeten zodanig zijn aangebracht dat, voor zover zulks mogelijk en praktisch uitvoerbaar is, een afzonderlijke storing in één van de inrichtingen de andere niet buiten werking stelt.

(2) Wanneer de hoofdstuurinrichting twee of meer gelijksoortige krachtwerktuigen omvat, behoeft geen hulpstuurinrichting te zijn aangebracht indien de hoofdstuurinrichting in staat is het roer te bedienen overeenkomstig de voorschriften van paragraaf (10), wanneer één van de krachtwerktuigen buiten werking is. Elk krachtwerktuig moet door een afzonderlijke voedingleiding bediend worden.

(3) De stand van een mechanisch bewogen roer moet in het stuurhuis worden aangegeven. De roerstandaanwijzing in geval van een mechanisch bewogen stuurinrichting moet onafhankelijk van het bedieningssysteem van de stuurinrichting zijn.

(4) In geval van storing in een van de stuurinrichtingen moet een alarmsignaal in het stuurhuis worden gegeven.

(5) Het in bedrijf zijn van de motoren van elektrische en elektrischhydraulische stuurinrichtingen moeten in het stuurhuis aangegeven worden. De betrokken stroomkringen en motoren moeten zijn voorzien van een beveiliging tegen kortsluiting, een overbelastingsalarm en een nulspanningsalarm. Indien een beveiliging is aangebracht tegen te hoge stroomsterkte, mag deze niet eerder in werking treden dan bij tweemaal de volle belastingsstroom van de aldus beveiligde motor of de aldus beveiligde stroomkring en moet deze beveiliging zodanig zijn uitgevoerd dat de bijbehorende aanloopstroom kan worden verwerkt.

(6) De hoofdstuurinrichting moet voldoende sterk gebouwd en geschikt zijn voor de besturing van het vaartuig bij maximumdienstsnelheid. De hoofdstuurinrichting en de roerkoning moeten zodanig zijn ontworpen, dat zij bij maximumsnelheid-achteruit of bij het manoeuvreren tijdens het vissen niet zullen worden beschadigd.

(7) Het vermogen en de inrichting van de hoofdstuurinrichting moeten bij de maximum toegestane diepgang van het vaartuig zodanig zijn, dat het roer van 35 graden uitslag aan één zijde naar 35 graden uitslag aan de andere zijde kan worden bewogen, wanneer het vaartuig zich met maximumdienstsnelheid vooruit beweegt. Onder dezelfde omstandigheden moet het roer van 35 graden uitslag aan één zijde in 28 seconden naar 30 graden uitslag aan de andere zijde kunnen worden bewogen. De hoofdstuurinrichting moet zonodig mechanisch bewogen kunnen worden ten einde aan deze eisen te voldoen.

(8) Het krachtwerktuig voor de hoofdstuurinrichting moet hetzij met de hand in het stuurhuis, hetzij automatisch gestart kunnen worden, zodra de energietoevoer is hersteld nadat zich daarin een storing heeft voorgedaan.

(9) De hulpinrichting om het roer te draaien, moet voldoende sterk gebouwd zijn en geschikt zijn voor de besturing van het vaartuig bij een snelheid, waarbij het nog manoeuvreerbaar is en voorts zijn ingericht om in noodgevallen snel in werking te kunnen worden gesteld.

(10) Het vermogen en de inrichting van de hulpinrichting om het roer te draaien, moeten zodanig zijn dat het roer van 15 graden uitslag aan één zijde in ten hoogste 60 seconden naar 15 graden uitslag aan de andere zijde kan worden bewogen, wanneer het vaartuig zich met de helft van de maximum dienstsnelheid of 7 knopen, al naar gelang welke snelheid de grootste is, vooruit beweegt. De hulpinrichting om het roer te draaien, moet zonodig mechanisch bewogen kunnen worden ten einde aan deze eisen te voldoen.

(11) Elektrische en elektrisch-hydraulische stuurinrichtingen in vaartuigen waarvan de lengte 75 meter of meer bedraagt, moeten door ten minste twee voedingsleidingen vanaf het hoofdschakelbord worden bediend en deze voedingsleidingen moeten zover mogelijk uit elkaar gescheiden zijn aangebracht.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl