wetzoeker

Voorschrift 28 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

STABILITEIT EN DAARMEE VERWANTE ZEEWAARDIGHEID

(1) Aan onderstaande minimumstabiliteitscriteria moet worden voldaan, tenzij de Administratie ervan overtuigd is dat, gelet op de bedrijfservaringen, daarvan afgeweken kan worden:

(a) het oppervlak onder de kromme van de armen van statische stabiliteit (GZ-kromme) mag niet minder zijn dan 0,055 meter-radialen tot aan een helling van 30 graden en niet minder dan 0,090 meter-radialen tot aan een helling van 40 graden, dan wel de helling, waarbij het vaartuig vervuld raakt of, indien deze helling minder is dan 40 graden. Bovendien mag het oppervlak onder de kromme van de armen van statische stabiliteit (GZ-kromme) tussen de hellingen van 30 en 40 graden, dan wel tussen 30 graden en of, indien deze helling minder is dan 40 graden, niet minder zijn dan 0,30 meter-radialen. Of is de helling waarbij openingen in de romp, bovenbouw of dekhuizen, die niet snel waterdicht gesloten kunnen worden, onder water beginnen te geraken. Bij toepassing van dit criterium behoeven kleine openingen, waardoor binnenstromend water niet verder in het schip kan binnendringen, niet als open te worden aangemerkt;

(b) de arm van statische stabiliteit GZ moet ten minste 200 millimeter zijn bij een helling van 30 graden of meer;

(c) de maximale waarde van de arm van statische stabiliteit GZmax moet worden bereikt bij een helling die bij voorkeur groter is dan 30 graden doch niet minder is dan 25 graden;

(d) de aanvangs-metacenterhoogte GM mag niet minder zijn dan 350 millimeter voor vaartuigen met één dek. In geval van vaartuigen met een volledige bovenbouw of van vaartuigen waarvan de lengte 70 meter of meer bedraagt, mag de metacenterhoogte ten genoegen van de Administratie worden verminderd, doch in geen geval minder zijn dan 150 millimeter.

(2) Wanneer voorzieningen, andere dan kimkielen, zijn aangebracht ten einde het slingeren tegen te gaan, moet de Administratie ervan overtuigd zijn dat de stabiliteitscriteria, zoals omschreven in paragraaf (1), onder alle bedrijfsomstandigheden worden gehandhaafd.

(3) Wanneer ballast is aangebracht ten einde zeker te stellen dat wordt voldaan aan paragraaf (1), moet de aard en plaatsing daarvan ten genoegen van de Administratie zijn.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl