6 — Uitrusting van reddingboten en -vlotten en „man over boord” boten (deel 1) Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Uitrusting van reddingboten en -vlotten en „man over boord” boten
De uitrusting, met uitzondering van de bootshaken, nodig voor het afhouden, moet veilig in de reddingboot, het reddingvlot of de „man over boord” boot vastgezet zijn. Bevestigingsmiddelen moeten zodanig zijn aangebracht, dat veilige berging van de uitrusting verzekerd blijft en elke belemmering voor een snelle inscheping en behandeling gedurende het te water brengen wordt voorkomen. Kleine uitrustingsstukken moeten in een zak of houder die aan de reddingboot of aan het reddingvlot of aan de „man over boord” boot moet zijn bevestigd dan wel in een duidelijk gemerkte scheepskist bewaard worden. In vaste reddingvlotten moet de uitrusting zodanig zijn geborgen, dat deze gemakkelijk beschikbaar is, onverschillig welke zijde van het vlot boven drijft. Alle uitrustingsstukken moeten zo klein en zo licht mogelijk zijn.
6.1 Uitrusting van vaste reddingboten
6.1.1 Eén drijvende riem per doft, twee waarloze drijvende riemen en één drijvende stuurriem; anderhalf stel dollen of roeipennen, aan de reddingboot bevestigd met lijn of ketting.
6.1.2 Een bootshaak.
6.1.3 Twee proppen voor elk propgat, aan de boot bevestigd met lijn of ketting (proppen zijn niet vereist, wanneer behoorlijke zelf werkende kleppen aangebracht zijn).
6.1.4 Een hoosvat en twee putsen van goedgekeurd materiaal.
6.1.5 Een roer, aan de boot bevestigd en een helmstok.
6.1.6 Eén of meer masten met gegalvaniseerd stalen want en oranje gekleurde zeilen.
6.1.7 Een grijplijn rondom aan de buitenzijde in bochten vastgebindseld; een goedgekeurd middel in de vorm van kimkielen of kielrails, alsmede kiellijnen vastgemaakt van dolboord tot dolboord onder de kiel door, of andere goedgekeurde voorzieningen om, ingeval de boot is omgeslagen, mensen in staat te stellen zich aan de boot vast te houden.
6.1.8 Twee bijlen, één voor en één achter.
6.1.9 Een lamp met voldoende olie voor 12 uren.
6.1.10 Een waterdichte houder met twee dozen stormlucifers.
6.1.11 Een doelmatig kompas in een nachthuis dat verlicht kan worden of voorzien is van doelmatige middelen tot verlichting.
6.1.12 Een drijfanker van goedgekeurde afmetingen met een lijn van voldoende sterkte en lengte.
6.1.13 Twee vanglijnen van voldoende lengte en sterkte. Eén moet vóór in de boot zijn vastgezet met strop en knevel ten einde gemakkelijk losgemaakt te kunnen worden en de andere moet stevig worden bevestigd aan de voorsteven van de boot en gereed liggen voor gebruik.
6.1.14 Een bus inhoudende 4,5 liter plantaardige-, vis- of dierlijke olie geschikt om de olie gemakkelijk op het wateroppervlak te storten en geschikt om aan het drijfanker te worden bevestigd.
6.1.15 Vier valschermnoodsignalen van een goedgekeurd type, die op grote hoogte een helder rood licht kunnen geven en zes handstakelnoodlichten van een goedgekeurd type, die een helder rood licht kunnen geven.
6.1.16 Twee drijvende rooksignalen van een goedgekeurd type (voor gebruik overdag), die een hoeveelheid oranje gekleurde rook kunnen verspreiden.
6.1.17 Een goedgekeurde uitrusting voor eerste hulp bij ongelukken in een waterdichte trommel.
6.1.18 Een waterdichte elektrische lantaarn, geschikt voor het geven van morse-seinen, alsmede een stel reservebatterijen en een reservegloeilamp in een waterdichte houder.
6.1.19 Een spiegel van een goedgekeurd type tot het geven van seinen overdag.
6.1.20 Een zakmes met blikopener met lijn aan de reddingboot bevestigd.
6.1.21 Twee lichte drijvende werplijnen.
6.1.22 Een handpomp van een goedgekeurd type.
6.1.23 Een signaalfluit of gelijkwaardig geluidsmiddel.
6.1.24 Een goedgekeurde radarreflector
*) [Red: Zie de Aanbeveling inzake de uitvoeringsnormen van radarreflectors, door de Organisatie aangenomen bij Resolutie A.277(VIII).]
.
6.1.25 Een vistuig.
6.1.26 Een goedgekeurde overkapping van zeer duidelijk zichtbare kleur, geschikt om de inzittenden tegen weersinvloeden te beschermen.
6.1.27 Een exemplaar van een doelmatige lijst van reddingseinen.
6.1.28 Instructies voor het doorstaan van het verblijf in de boot.
6.1.29 Middelen om mensen in staat te stellen uit het water in de reddingboot te klimmen.
6.1.30 Een rantsoen voedsel waarvan de totale voedingswaarde voor iedere persoon waarvoor de boot bestemd is, niet minder bedraagt dan 8000 kilojoules en dat luchtdicht in een waterdichte houder verpakt moet zijn.
6.1.31 Waterdichte vaten bevattende 3 liter zoetwater voor iedere persoon waarvoor de boot bestemd is, of waterdichte vaten bevattende 2 liter zoetwater voor iedere persoon benevens een goedgekeurd ontzoutingsapparaat dat 1 liter zoetwater per persoon kan leveren; een roestvrij akertje met lijn; een roestvrije, van maten voorziene drinkbeker.
6.2 Uitrusting van vaste motorreddingboten
6.2.1 Alle uitrustingsstukken opgesomd in paragraaf 6.1 van dit Aanhangsel; motorreddingboten behoeven echter niet uitgerust te zijn met een mast en zeilen en met meer dan een half stel riemen, maar zij moeten wel voorzien zijn van twee bootshaken.
6.2.2 Een draagbaar brandblustoestel van een goedgekeurd type, dat schuim of een andere doelmatige stof voor het blussen van oliebranden kan verspreiden.
6.2.3 De uitrusting bedoeld in Voorschrift 123, indien van toepassing.
6.3 Uitrusting van reddingboten in opgeblazen toestand
6.3.1 Eén drijvende riem per doft, twee waarloze drijvende riemen en één drijvende stuurriem; een stel dollen en een dol voor de stuurriem, stevig aan de boot bevestigd.
6.3.2 Een bootshaak met bolle punt.
6.3.3 Twee proppen voor elk propgat, met lijn aan de boot bevestigd (proppen zijn niet vereist, wanneer behoorlijke zelfwerkende kleppen aangebracht zijn).
6.3.4 Een spons, een hoosvat en twee putsen van goedgekeurd materiaal.
6.3.5 Een grijplijn in bochten vastgebindseld rondom aan de buitenzijde van de bovenste drijfkameren een grijplijn in bochten vastgebindseld rondom aan de binnenzijde van de bovenste drijfkamer kiellijnen vastgemaakt van dolboord tot dolboord onder de kiel door, of andere goedgekeurde voorzieningen.
6.3.6 Een lamp met voldoende olie voor 12 uren.
6.3.7 Een waterdichte houder met twee dozen stormlucifers.
6.3.8 Een doelmatig kompas in een nachthuis dat verlicht kan worden of voorzien is van doelmatige middelen tot verlichting.
6.3.9 Een drijfanker van goedgekeurde afmetingen met een lijn van voldoende sterkte en lengte.
6.3.10 Twee vanglijnen van voldoende lengte en sterkte. Eén moet vóór in de boot zijn vastgezet met strop en knevel ten einde gemakkelijk losgemaakt te kunnen worden en de andere moet stevig worden bevestigd aan de voorsteven van de boot en gereed liggen voor gebruik.
6.3.11 Een bus inhoudende 4,5 liter plantaardige-, vis- of dierlijke olie, geschikt om de olie gemakkelijk op het wateroppervlak te storten en geschikt om aan het drijfanker te worden bevestigd.
6.3.12 Vier valschermsignalen van een goedgekeurd type, die op grote hoogte een helderrood licht kunnen geven en zes handstakellichten van een goedgekeurd type, die een helder rood licht kunnen geven.
6.3.13 Twee drijvende rooksignalen van een goedgekeurd type (voor gebruik overdag), die een hoeveelheid oranje gekleurde rook kunnen verspreiden.
6.3.14 Een goedgekeurde uitrusting voor eerste hulp bij ongelukken in een waterdichte trommel.
6.3.15 Een waterdichte elektrische lantaarn, geschikt voor het geven van morse-seinen, alsmede een stel reserve batterijen en een reserve gloeilamp in een waterdichte houder.
6.1.16 Een spiegel van een goedgekeurd type tot het geven van seinen overdag.
6.1.17 Een veiligheidsmes door middel van lijn aan de boot bevestigd.
6.3.18 Twee lichte drijvende werplijnen.
6.3.19 Een signaalfluit of gelijkwaardig geluidsmiddel.
6.3.20 Een goedgekeurde radarreflector
*) [Red: Zie de Aanbeveling inzake de uitvoeringsnormen van radarreflectors, door de Organisatie aangenomen bij Resolutie A.277(VIII).]
.
6.3.21 Een vistuig.
6.3.22 Een goedgekeurde overkapping van zeer duidelijk zichtbare kleur, geschikt om de inzittenden tegen weersinvloeden te beschermen.
6.3.23 Een exemplaar van een doelmatige lijst van reddingsseinen.
- Regeling
- Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 02-04-1977
- BWB-id
- BWBV0003251
- Versie
- 1977-04-02_0