wetzoeker

2 — Motorreddingboten Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

Motorreddingboten

De bepalingen van deze paragraaf zijn een toevoeging op de bepalingen van paragraaf 1 van dit Aanhangsel.

2.1 Vaste motorreddingboten

2.1.1 Motorreddingboten moeten zijn uitgerust met een hogedrukmotor die steeds voor gebruik gereed moet zijn en onder alle omstandigheden gemakkelijk gestart moet kunnen worden; voldoende brandstof om ten minste gedurende 24 uur onafgebroken te varen met de in lid 2.1.3 van deze paragraaf omschreven snelheid, moet aanwezig zijn.

2.1.2 De motor met toebehoren moet op afdoende wijze omkast zijn ten einde onder ongunstige weersomstandigheden de goede werking te waarborgen en de motorkap moet brandwerend zijn. Achteruit varen moet mogelijk zijn.

2.1.3 De snelheid bij vooruit varen van de motorreddingboot moet in kalm water bij volle belasting met personen en uitrusting ten minste zes zeemijlen per uur zijn.

2.1.4 Voldoende beveiliging tegen de schroef moet zijn aangebracht ter bescherming van in het water liggende personen.

2.1.5 Het volume van de middelen voor het inwendige drijfvermogen van een motorreddingboot moet worden vergroot boven dat vereist krachtens lid 1.1.7 van dit Aanhangsel met de hoeveelheid waarmede eventueel het volume van de middelen voor het inwendige drijfvermogen, benodigd voor het dragen van de motor met toebehoren en - indien aangebracht - het zoeklicht en de radio-telegrafie-installatie met hun toebehoren, het vereiste volume van de middelen voor het inwendige drijfvermogen overschrijdt in de verhouding van 0,0283 kubieke meter per persoon om het meerdere aantal personen te kunnen dragen dat in de reddingboot zou kunnen plaats nemen, wanneer de motor met toebehoren en - indien aangebracht - het zoeklicht en de radiotelegrafieinstallatie met hun toebehoren, worden verwijderd.

2.1.6 De krachtens Voorschrift 137 vereiste radio-installatie moet opgesteld zijn in een beschutte ruimte, groot genoeg om zowel het toestel als de bedienende persoon plaats te bieden. Er moeten zodanige maatregelen worden getroffen, dat de goede werking van de zender en van de ontvanger niet wordt gestoord door de draaiende motor, ongeacht of de batterij al of niet op „laden” staat. De radiobatterij mag niet gebruikt worden voor stroomlevering aan een startmotor of een ontstekingssysteem. De motor van de motorreddingboot moet voorzien zijn van een dynamo voor het opladen van de radiobatterij en voor andere doeleinden.

2.1.7 Het krachtens Voorschrift 123 vereiste zoeklicht moet voorzien zijn van een lamp, een doelmatige reflector en een krachtbron, die gedurende in totaal zes uur goede verlichting mogelijk maken van een lichtgekleurd voorwerp van ongeveer 18 meter breedte op een afstand van 180 meter en moet ten minste drie uur achtereen in bedrijf kunnen zijn.

2.2 Motorreddingboten in opgeblazen toestand

2.2.1 Een motorreddingboot in opgeblazen toestand moet zijn uitgerust met een hogedrukmotor die blijvend aan de reddingboot moet zijn bevestigd. De motor moet steeds voor gebruik gereed zijn en onder alle omstandigheden gemakkelijk gestart kunnen worden; voldoende brandstof om ten minste gedurende 24 uur onafgebroken te varen met de in lid 2.2.3 van deze paragraaf omschreven snelheid, moet aanwezig zijn.

2.2.2 De motor met toebehoren moet zodanig geconstrueerd zijn, dat onder ongunstige weersomstandigheden de goede werking wordt gewaarborgd. Achteruit varen moet mogelijk zijn. Voldoende beveiliging tegen de schroef moet zijn aangebracht ter bescherming van in het water liggende personen.

2.2.3 De snelheid bij vooruit varen van de motorreddingboot moet in kalm water bij volle belasting met personen en uitrusting ten minste zes zeemijlen per uur zijn.

2.2.4 Het reservedrijfvermogen moet worden vergroot boven dat vereist krachtens lid 1.2.4 van dit Aanhangsel met een hoeveelheid die voldoende is om de motor met toebehoren te dragen.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl