wetzoeker

Voorschrift 10 Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij

ALGEMEEN

1

.1. Elk schip met een lengte over alles van 12 meter of meer en elk vast of drijvend platform dient plakkaten te tonen die de bemanning en de passagiers informeren over de lozingsvoorwaarden in de voorschriften 3, 4, 5 en 6 van deze Bijlage en sectie 5.2 van deel II-A van de Polar Code, voor zover van toepassing.

.2. De informatie op de plakkaten wordt geschreven in de werktaal van de bemanning van het schip en, ten aanzien van schepen die reizen maken naar havens of laad- en losplaatsen buitengaats binnen de rechtsmacht van andere partijen bij het Verdrag, tevens in het Engels, Frans of Spaans.

2 Ieder schip met een brutotonnage van 100 of meer en ieder schip dat gecertificeerd is 15 personen of meer te vervoeren alsmede vaste of drijvende platforms moeten een vuilnisbeheerplan hebben, dat de bemanning dient na te komen. Dit plan voorziet in schriftelijke procedures voor het minimaliseren, verzamelen, opslaan, verwerken en verwijderen van vuilnis, met inbegrip van het gebruik van de uitrusting aan boord. In het plan worden tevens de persoon of personen aangewezen die belast zijn met de uitvoering van het plan. Een dergelijk plan dient in overeenstemming te zijn met de richtsnoeren die zijn ontwikkeld door de Organisatie2 en dient te zijn geschreven in de werktaal van de bemanning.

3 Ieder schip met een brutotonnage van 100 en meer en ieder schip dat gecertificeerd is om 15 personen of meer te vervoeren en dat reizen maakt naar havens of laad- en losplaatsen buitengaats onder de rechtsmacht van een andere partij bij het Verdrag en elk vast of drijvend platform dient te zijn voorzien van een vuilnisjournaal. Het Vuilnisjournaal, hetzij als onderdeel van het scheepsjournaal, als elektronisch journaal dat door de Administratie dient te worden goedgekeurd rekening houdend met de door de Organisatie opgestelde richtlijnen, of anderszins, dient te zijn ingedeeld volgens het model zoals aangegeven in Aanhangsel II bij deze Bijlage.

.1. Elke lozing in zee of naar een ontvangstinstallatie of een volledige verbranding dient onmiddellijk te worden aangetekend in het vuilnisjournaal, en deze aantekening dient te worden ondertekend op de datum van de lozing of verbranding door de verantwoordelijke officier. Elke ingevulde bladzijde of groep van elektronische aantekeningen van het vuilnisjournaal dient te worden ondertekend door de kapitein van het schip. De aantekeningen in het vuilnisjournaal dienen ten minste in het Engels, Frans of Spaans te worden gesteld. Wanneer de aantekeningen tevens zijn gesteld in een officiële taal van de Staat waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren, zijn de aantekeningen in die taal doorslaggevend in geval van een geschil of een tegenstrijdigheid;

.2 De aantekening van elke lozing in zee ingevolge de voorschriften 4, 5, 6 of sectie 5.2 van hoofdstuk 5 van deel II-A van de Polar Code dient mede de datum en het tijdstip, de positie van het schip (breedtegraad en lengtegraad), de categorie van het vuilnis en de geschatte geloosde hoeveelheid (in kubieke meters) te omvatten. Bij het lozen van ladingrestanten dient in aanvulling op het voorgaande ook de positie van het schip bij het begin en het einde van de lozing te worden vermeld;

.3 De aantekening van elke voltooide verbranding dient mede de datum en het tijdstip en de positie van het schip (breedtegraad en lengtegraad) bij het begin en het einde van de verbranding, de categorieën van het verbrande vuilnis en de geschatte hoeveelheid voor elke categorie in kubieke meters te omvatten;

.4 De aantekening voor elke afvoer naar een ontvangstinrichting in een haven of naar een ander schip dient mede de datum en het tijdstip, de haven of inrichting of de naam van het schip, de categorieën afval die geloosd worden en de geschatte hoeveelheid voor elke categorie in kubieke meters te omvatten;

.5. Het vuilnisjournaal dient tezamen met de ontvangstbewijzen van ontvangstinrichtingen aan boord van het schip of het vaste of drijvende platform te worden bewaard en op een plaats waar het direct beschikbaar is voor inspectie op elk redelijk tijdstip. Het document dient gedurende een termijn van ten minste twee jaar na de laatste aantekening te worden bewaard;

.6 In geval van lozing of onbedoeld verlies als bedoeld in voorschrift 7 van deze Bijlage dient in het vuilnisjournaal of, bij schepen van minder dan 100 brutoton in het scheepsjournaal, een aantekening te worden gemaakt van de datum en het tijdstip van het voorval, de haven of positie van het schip op het tijdstip van het voorval (breedtegraad, lengtegraad en waterdiepte indien bekend), de reden voor het lozen of het verlies, details van de geloosde of verloren items, de categorieën van geloosd of verloren vuilnis, de geschatte hoeveelheid voor elke categorie in kubieke meters, redelijke voorzorgsmaatregelen die zijn genomen om een dergelijke lozing of dergelijk verlies te voorkomen of tot een minimum te beperken en algemene opmerkingen.

4 De Administratie kan ontheffing verlenen van de eisen voor vuilnisjournaals voor:

.1. schepen die reizen maken van een (1) uur of korter en die gecertificeerd zijn 15 personen of meer te vervoeren; of

.2. vaste of drijvende platforms.

5 De bevoegde autoriteit van de Regering van een partij bij het Verdrag kan het vuilnisjournaal of het scheepsjournaal controleren aan boord van elk schip waarop dit voorschrift van toepassing is, terwijl het schip zich in een haven of een laad- of losplaats buitengaats van dat land bevindt, en een afschrift maken van elke aantekening in deze journaals, en van de kapitein van het schip verlangen dat deze het afschrift waarmerkt als een waarheidsgetrouw afschrift van de betreffende aantekening. Elk aldus vervaardigd afschrift dat de kapitein van het schip als een waarheidsgetrouw afschrift van een aantekening in het vuilnisjournaal of het scheepsjournaal van het schip heeft gewaarmerkt, dient bij alle gerechtelijke procedures te worden toegelaten als bewijsstuk voor de in die aantekening vermelde feiten. De inspectie van een vuilnisjournaal of scheepsjournaal en de vervaardiging van een gewaarmerkt afschrift door de bevoegde autoriteit ingevolge deze paragraaf dienen zo snel mogelijk te geschieden zonder voor het schip onnodig oponthoud te veroorzaken.

6 Het onbedoelde verlies of lozen van vistuig zoals voorzien in de voorschriften 7.1.3 en 7.1.3bis dat een ernstige bedreiging vormt voor het mariene milieu of de scheepvaart wordt gemeld aan de Staat waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren, en, wanneer het verlies of lozen plaatsvindt in wateren die vallen onder de rechtsmacht van een kuststaat, tevens aan deze kuststaat.

Regeling
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij
Afkortingen
MARPOL, MARPOL 73/78
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2026
BWB-id
BWBV0003241
Versie
2026-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl