wetzoeker

Voorschrift 28 Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij

VOORSCHRIFTEN INZAKE KOOLSTOFINTENSITEIT VAN INTERNATIONALE SCHEEPVAART

Bereikte jaarlijkse operationele indicatorwaarde voor koolstofintensiteit (bereikte jaarlijkse operationele KII)

1 Na het einde van het kalenderjaar 2023 en na het einde van elk daaropvolgend kalenderjaar berekent elk schip van 5.000 brutotonnage en meer dat onder één of meer van de categorieën van de voorschriften 2.2.5, 2.2.7, 2.2.9, 2.2.11, 2.2.14 tot en met 2.2.16, 2.2.22 en 2.2.26 tot en met 2.2.29 van deze Bijlage valt, de bereikte jaarlijkse operationele KII over een periode van twaalf maanden van 1 januari tot en met 31 december van het voorgaande kalenderjaar, met gebruikmaking van de gegevens die overeenkomstig voorschrift 27 van deze bijlage zijn verzameld, en met inachtneming van de door de Organisatie op te stellen richtlijnen.

2 Binnen drie maanden na het einde van elk kalenderjaar, rapporteert het schip aan zijn Administratie of elke door haar naar behoren gemachtigde organisatie de bereikte jaarlijkse operationele KII langs elektronische weg en met gebruikmaking van een door de Organisatie te ontwikkelen standaardformaat.

3 Onverminderd de punten 1 en 2 van dit voorschrift berekent en rapporteert een schip in geval van overdracht van een schip als bedoeld in de voorschriften 27.4, 27.5 of 27.6 na 1 januari 2023, na afloop van het kalenderjaar waarin de overdracht plaatsvindt, de bereikte jaarlijkse operationele KII voor de volledige periode van twaalf maanden van 1 januari tot en met 31 december van het kalenderjaar waarin de overdracht plaatsvond, overeenkomstig de voorschriften 28.1 en 28.2, ter verificatie overeenkomstig voorschrift 6.6 van deze Bijlage, rekening houdend met de door de Organisatie te ontwikkelen richtlijnen. Niets in dit voorschrift ontslaat een schip van zijn rapportageverplichtingen krachtens voorschrift 27 of dit voorschrift van deze Bijlage.

Vereiste jaarlijkse operationele indicatorwaarde voor koolstofintensiteit (vereiste jaarlijkse operationele KII)

4 Voor een schip van 5.000 brutotonnage en meer dat onder een of meer van de categorieën van de voorschriften 2.2.5, 2.2.7, 2.2.9, 2.2.11, 2.2.14 tot en met 2.2.16, 2.2.22, en 2.2.26 tot en met 2.2.29 van deze Bijlage valt, wordt de vereiste jaarlijkse operationele KII als volgt bepaald:

waarbij

Z de jaarlijkse reductiefactor is die zorgt voor een voortdurende verbetering van de operationele koolstofintensiteit van het schip binnen een bepaald classificatieniveau; en

de referentiewaarde is.

5 De jaarlijkse reductiefactor Z en de referentiewaarde

zijn de waarden die zijn vastgesteld met inachtneming van de door de Organisatie te ontwikkelen richtlijnen.

Operationele indicatorwaarde voor koolstofintensiteit

6 De bereikte jaarlijkse operationele KII wordt gedocumenteerd en geverifieerd ten opzichte van de vereiste jaarlijkse operationele KII om de operationele indicatorwaarde koolstofintensiteit A, B, C, D of E vast te stellen, waarbij een hoog, minder hoog, gemiddeld, minder laag of laag prestatieniveau wordt aangegeven, hetzij door de Administratie, hetzij door een door haar naar behoren gemachtigde organisatie, rekening houdend met de door de Organisatie ontwikkelde richtlijnen. Het middelste punt van indicatorwaarde C is de waarde die overeenstemt met de vereiste jaarlijkse operationele KII zoals vermeld in paragraaf 4 van dit voorschrift.

Corrigerende maatregelen en stimulansen

7 Een schip dat gedurende drie opeenvolgende jaren een D-waarde heeft gekregen of een E-waarde heeft gekregen, moet een plan met corrigerende maatregelen opstellen om de vereiste jaarlijkse operationele KII te bereiken.

8 Het SEEMP wordt herzien om het plan met corrigerende maatregelen dienovereenkomstig op te nemen, met inachtneming van de door de Organisatie te ontwikkelen richtlijnen. Het herziene SEEMP wordt ter verificatie voorgelegd aan de Administratie of een door haar naar behoren gemachtigde organisatie, bij voorkeur samen met, maar in geen geval later dan één maand na de rapportage van de bereikte jaarlijkse operationele KII overeenkomstig paragraaf 2 van dit voorschrift

9 Een schip dat gedurende drie opeenvolgende jaren een D-waarde heeft gekregen of een E-waarde heeft gekregen, moet het plan met corrigerende maatregelen uitvoeren in overeenstemming met het herziene SEEMP.

10 Administraties, havenautoriteiten en andere belanghebbenden worden aangemoedigd om, waar nodig, stimulansen te geven aan schepen die als indicatorwaarde A of B hebben gekregen.

Evaluatie

11 Uiterlijk op 1 januari 2026 wordt door de Organisatie een evaluatie voltooid ter beoordeling van:

1. de doeltreffendheid van dit voorschrift bij de vermindering van de koolstofintensiteit van de internationale scheepvaart;

2. de noodzaak van aangescherpte corrigerende maatregelen of andere middelen, met inbegrip van eventuele aanvullende EEXI-vereisten;

3. de behoefte aan versterking van het handhavingsmechanisme;

4. de noodzaak van een verbetering van het systeem voor gegevensverzameling; en

5. de herziening van de Z-factor en de CIIR -waarden.

Indien de Partijen op basis van de evaluatie besluiten wijzigingen van dit voorschrift aan te nemen, worden zij aangenomen en treden zij in werking in overeenstemming met de in artikel 16 van dit Verdrag vervatte bepalingen.

Regeling
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij
Afkortingen
MARPOL, MARPOL 73/78
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2026
BWB-id
BWBV0003241
Versie
2026-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl