wetzoeker

Aanhangsel 7 — Ventilatie Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij

Ventilatie

1. Ladingresiduen van stoffen met een dampspanning hoger dan 5 KPa bij een temperatuur van 20°C mogen uit een ladingtank worden verwijderd door middel van ventilatie.

2. Voordat residuen van schadelijke vloeistoffen uit een tank worden verwijderd door middel van ventilatie, moeten de veiligheidsaspecten met betrekking tot de ontvlambaarheid van de lading en de giftigheid worden bestudeerd. Met betrekking tot de veiligheidsaspecten dienen de operationele eisen voor openingen in ladingtanks vervat in SOLAS 74, als gewijzigd, in de IBC-code, de Code voor chemicaliën in bulk en de ventilatieprocedures in de ICS Tanker-veiligheidsgids (chemicaliën) te worden geraadpleegd.

3. De havenautoriteiten kunnen ook eigen voorschriften hebben voor de ventilatie van ladingtanks.

4. Het verwijderen van ladingresiduen uit een tank door middel van ventilatie dient als volgt te geschieden:

.1 de leidingen moeten zijn leeggemaakt en verder ontdaan van vloeistof door middel van ventilatie-apparatuur;

.2 de slagzij en de trim moeten zo gering mogelijk zijn, zodat de verdamping van residuen in de tank wordt bevorderd;

.3 er moet gebruik worden gemaakt van ventilatie-apparatuur die een luchtstroom produceert die de bodem van de tank kan bereiken. Of de ventilatie-apparatuur die wordt gebruikt voor het ventileren van een tank van een bepaalde diepte toereikend is, kan worden beoordeeld aan de hand van figuur 7-1;

.4 de ventilatie-apparatuur moet worden geplaatst in de tankopening die zich het dichtst bij het diepste punt of de zuigmond in de tank bevindt;

.5 de ventilatie-apparatuur moet, indien mogelijk, zo worden geplaatst dat de luchtstroom is gericht naar het diepste punt of de zuigmond van de tank en er moet zoveel mogelijk worden vermeden dat de luchtstroom de verbanddelen van de tank raakt; en

.6 het ventileren moet zo lang voortgaan totdat er geen zichtbare residuen vloeistof meer in de tank zijn waar te nemen. Dit moet worden geverifieerd door middel van visuele waarneming of een gelijkwaardige methode.

Regeling
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij
Afkortingen
MARPOL, MARPOL 73/78
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2026
BWB-id
BWBV0003241
Versie
2026-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl