wetzoeker

Aanhangsel 2 — MODEL VAN LADINGJOURNAAL VOOR SCHEPEN DIE SCHADELIJKE VLOEISTOFFEN IN BULK VERVOEREN Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij

MODEL VAN LADINGJOURNAAL VOOR SCHEPEN DIE SCHADELIJKE VLOEISTOFFEN IN BULK VERVOEREN

Inleiding

Op de volgende pagina’s wordt een uitgebreide lijst weergegeven van items inzake lading- en ballasthandelingen die, indien van toepassing, per tank in het Ladingjournaal dienen te worden opgetekend overeenkomstig voorschrift 15.2 van Bijlage II van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, als gewijzigd bij het Protocol van 1978 daarbij (MARPOL 73/78), als gewijzigd. De items zijn gegroepeerd in handelingen, die elk door middel van een letter worden aangeduid.

Bij het maken van aantekeningen in het Ladingjournaal dienen in de aangewezen kolommen de datum, de handelingscode en het item-nummer te worden vermeld en dienen de vereiste gegevens in chronologische volgorde in de blanco ruimten te worden vermeld.

Elke voltooide handeling dient door de dienstdoende officier of officieren en, indien van toepassing, door een door de bevoegde autoriteit van de Staat in welke het schip wordt gelost bevoegd verklaarde inspecteur te worden ondertekend en van een datum worden voorzien. Elke volledig ingevulde pagina dient door de kapitein van het schip te worden mede-ondertekend.

Lijst van items die moeten worden genoteerd

Voor handelingen van alle categorieën stoffen dienen gegevens te worden ingevuld.

(A) Laden van lading

1. Plaats van het laden.

2. Vermeld de aanduiding van de tank(s), de naam van de stof (fen) en de categorie(ën).

(B) Intern overbrengen van lading

3. Naam en categorie van de overgebrachte lading(en).

4. Aanduiding van de tanks:

.1 van :

.2 t/m :

5. Was (waren) de tank(s) in 4.1 leeg?

6. Zo niet, welke hoeveelheid is in de tank(s) achtergebleven?

(C) Lossen van lading

7. Plaats van lossen.

8. Aanduiding van de geloste tank(s).

9. Was (waren) de tank(s) leeg?

.1 Zo ja, bevestig dat de procedure voor het legen en afzuigen is uitgevoerd in overeenstemming met het Handboek voor procedures en voorzieningen (bijv.: slagzij, kop- of stuurlast en afzuigtemperatuur).

.2 Zo niet, welke hoeveelheid is in de tank(s) achtergebleven?

10. Is uit hoofde van het Handboek voor procedures en voorzieningen van het schip een voorwasprocedure met afgifte bij een ontvangstinrichting vereist?

11. Storing van de pomp- en/of afzuiginstallatie:

.1 tijdstip en aard van de storing;

.2 reden van de storing;

.3 tijdstip waarop de installatie weer in bedrijf is gesteld.

(D) Verplichte voorwasprocedure in overeenstemming met het Handboek voor procedures en voorzieningen van het schip

12. Vermeld de aanduiding van de tank(s), de stof(fen) en de categorie(ën).

13. Wasmethode:

.1 aantal reinigingsmachines per tank;

.2 duur van de wasprocedure/wascycli;

.3 warme/koude was.

14. Slopwater van voorwas overgebracht naar:

.1 ontvangstinrichting in loshaven (vermeld naam haven)

* De kapitein van het schip moet bij de exploitant van de ontvangstinrichtingen, waaronder lichters en tankvoertuigen, een ontvangstbewijs of verklaring verkrijgen waarin de hoeveelheid overgebracht tankwaswater wordt vermeld, alsmede het tijdstip en de datum van de overbrenging. Het ontvangstbewijs of de verklaring moet bij het ladingjournaal worden bewaard.

;

.2 andere ontvangstinrichting (vermeld naam haven)

* De kapitein van het schip moet bij de exploitant van de ontvangstinrichtingen, waaronder lichters en tankvoertuigen, een ontvangstbewijs of verklaring verkrijgen waarin de hoeveelheid overgebracht tankwaswater wordt vermeld, alsmede het tijdstip en de datum van de overbrenging. Het ontvangstbewijs of de verklaring moet bij het ladingjournaal worden bewaard.

.

(E) Het reinigen van ladingtanks behalve de verplichte voorwasprocedure (andere voorwashandelingen, eindwas, ventilatie, e.d.)

15. Vermeld het tijdstip, de aanduiding van de tank(s), de stof(fen) en de categorie(ën) en vermeld:

.1 gehanteerde wasprocedure;

.2 schoonmaakmiddel(en) (vermeld welke middelen zijn gebruikt en in welke hoeveelheden);

.3 gehanteerde ventilatieprocedure (vermeld het aantal gebruikte ventilatoren en de duur van de ventilatie).

16. Tankwaswater geloosd/overgebracht:

.1 in zee;

.2 naar een ontvangstinrichting (vermeld naam haven)

* De kapitein van het schip moet bij de exploitant van de ontvangstinrichtingen, waaronder lichters en tankvoertuigen, een ontvangstbewijs of verklaring verkrijgen waarin de hoeveelheid overgebracht tankwaswater wordt vermeld, alsmede het tijdstip en de datum van de overbrenging. Het ontvangstbewijs of de verklaring moet bij het ladingjournaal worden bewaard.

;

.3 naar een slopwaterverzameltank (vermeld de aanduiding van de tank).

(F) Lozing van tankwaswater in zee

17. Vermeld de aanduiding van de tank(s):

.1 Is tijdens het reinigen van de tank(s) tankwaswater geloosd? Zo ja, met welke snelheid?

.2 Is tankwaswater uit een slopwaterverzameltank geloosd? Zo ja, vermeld de geloosde hoeveelheid en het debiet.

18. Tijdstip waarop met pompen is aangevangen en gestopt.

19. Snelheid van het schip tijdens het lozen.

(G) Ballasten van ladingtanks

20. Aanduiding van de geballaste tank(s).

21. Tijdstip van aanvang ballasten.

(H) Lozen van ballastwater uit ladingtanks

22. Aanduiding van de tank(s).

23. Lozen van ballast:

.1 in zee;

.2 naar ontvangstinrichtingen (vermeld naam haven)

* De kapitein van het schip moet bij de exploitant van de ontvangstinrichtingen, waaronder lichters en tankvoertuigen, een ontvangstbewijs of verklaring verkrijgen waarin de hoeveelheid overgebracht tankwaswater wordt vermeld, alsmede het tijdstip en de datum van de overbrenging. Het ontvangstbewijs of de verklaring moet bij het ladingjournaal worden bewaard.

.

24. Tijdstip waarop met het lozen van de ballast is aangevangen en gestopt.

25. Snelheid van het schip tijdens het lozen.

(I) Onbedoelde en andere uitzonderlijke lozingen

26. Tijdstip van het voorval.

27. Vermeld bij benadering de hoeveelheid, de stof(fen) en de categorie(ën).

28. Omstandigheden van lozing of ontsnapping en algemene opmerkingen.

(J) Controle door bevoegde inspecteurs

29. Vermeld naam haven.

30. Vermeld de aanduiding van de tank(s), de stof(fen) en de categorie(ën) die aan wal zijn geloosd.

31. Zijn de tanks, pompen en pijpleidingen geleegd?

32. Heeft een verplichte voorwasprocedure in overeenstemming met het Handboek voor procedures en voorzieningen van het schip plaatsgevonden?

33. Is het uit de voorwasprocedure afkomstige tankwaswater aan wal geloosd en is de tank leeg?

34. Er is een ontheffing verleend voor de verplichte voorwasprocedure.

35. Reden van de ontheffing.

36. Naam en handtekening van de bevoegde inspecteur.

37. Organisatie, bedrijf of overheidsinstantie waarvoor de inspecteur werkt.

(K) Aanvullende operationele procedures en opmerkingen

Regeling
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij
Afkortingen
MARPOL, MARPOL 73/78
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2026
BWB-id
BWBV0003241
Versie
2026-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl