Bepaling 2 Internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC)
BEPALINGEN DIE ALLE GOEDKEURINGSSYSTEMEN GEMEEN HEBBEN
1 De eigenaar van de container is verantwoordelijk voor het in veilige staat houden daarvan.
2
(a) De eigenaar van een goedgekeurde container controleert de container, of laat zulks doen, overeenkomstig de door de betrokken Overeenkomstsluitende Partij voorgeschreven of goedgekeurde procedure, met voor de gebruiksomstandigheden passende tussenpozen.
(b) De datum (maand en jaar) waarvóór een nieuwe container aan de eerste controle moet worden onderworpen, dient te zijn aangegeven op de veiligheidskeurplaat.
(c) De datum (maand en jaar) voor welke de container opnieuw dient te worden gecontroleerd dient duidelijk te zijn aangegeven op de container op of zo dicht mogelijk bij de veiligheidskeurplaat en op een wijze aanvaardbaar voor de Overeenkomstsluitende Partij die de desbetreffende controleprocedure heeft voorgeschreven of goedgekeurd.
(d) Het tijdsverloop van de datum van fabricage tot de datum van de eerste controle mag niet langer zijn dan vijf jaar. Daaropvolgende controles van nieuwe containers en hercontroles van bestaande containers dienen te geschieden met tussenpozen van niet meer dan 30 maanden. Bij alle controles dient te worden nagegaan of de container gebreken heeft die iemand in gevaar zouden kunnen brengen.
3
(a) In plaats van het bepaalde in paragraaf 2 kan de betrokken Overeenkomstsluitende Partij een doorlopend controleprogramma goedkeuren, indien zij, op grond van door de eigenaar geleverd bewijs, ervan overtuigd is dat zulk een programma een veiligheidsnorm biedt die niet minder is dan die vervat in paragraaf 2 hierboven.
(b) Ten einde aan te geven dat de container wordt gebruikt ingevolge een goedgekeurd doorlopend controleprogramma, dient een aanduiding met de letters „ACEP” en het teken van de Overeenkomstsluitende Partij die de goedkeuring van het programma heeft verleend, op de container te worden geplaatst op of zo dicht mogelijk bij de veiligheidskeurplaat.
(c) Bij alle ingevolge zulk een programma verrichte controles dient te worden vastgesteld of een container gebreken heeft die gevaar voor mensen zouden kunnen opleveren. Deze controles worden verricht in samenhang met omvangrijke herstelwerkzaamheden, opknapbeurten of bij verhuur of na retournering na verhuur en in elk geval ten minste eens in de 30 maanden.
4 Goedgekeurde programma’s dienen ten minste eenmaal per 10 jaar te worden getoetst teneinde te waarborgen dat zij nog steeds actueel zijn. Teneinde uniformiteit te waarborgen bij iedereen die betrokken is bij de inspectie van de containers en hun blijvende operationele veiligheid, waarborgt de betrokken Overeenkomstsluitende Partij dat de volgende elementen worden meegenomen bij elk voorgeschreven programma voor periodieke controle of goedgekeurd programma voor voortdurende controle:
.1 methoden, reikwijdte en criteria die bij controles moeten worden gehanteerd;
.2 frequentie van de controles;
.3 kwalificaties van de medewerkers die de controles uitvoeren;
.4 systeem voor het bijhouden van bestanden en documenten waarin het volgende staat vermeld:
.1 het door de eigenaar toegewezen unieke serienummer van de container;
.2 de datum waarop de controle is uitgevoerd;
.3 identificatie van de bevoegde persoon die de controle heeft uitgevoerd;
.4 de naam en de locatie van de organisatie waar de controle is uitgevoerd;
.5 de resultaten van de controle; en
.6 in geval van een schema voor periodieke controles (PES) de datum van de eerstvolgende controle (NED);
.5 een systeem voor het vastleggen en actualiseren van de identificatienummers van alle containers die onder het toepasselijke controleschema vallen;
.6 methodes en systemen voor onderhoudscriteria die rekening houden met de ontwerpkenmerken van de specifieke containers;
.7 bepalingen voor het onderhouden van geleasede containers indien deze afwijken van die voor containers in eigendom; en
.8 voorwaarden en procedures voor het toevoegen van containers aan een reeds goedgekeurd programma.
5 De Overeenkomstsluitende Partij voert periodieke audits uit van de goedgekeurde programma’s om te waarborgen dat zij voldoen aan de door de Overeenkomstsluitende Partij goedgekeurde bepalingen. De Overeenkomstsluitende Partij trekt haar goedkeuring in wanneer niet langer aan de voorwaarden voor goedkeuring wordt voldaan.
6 Voor de toepassing van deze Bepaling wordt onder „de betrokken Overeenkomstsluitende Partij” verstaan de Overeenkomstsluitende Partij van het grondgebied waar de eigenaar is gevestigd of waar hij zijn hoofdkantoor heeft.
Ingeval evenwel de eigenaar is gevestigd of zijn hoofdkantoor heeft in een land waarvan de Regering nog geen regelingen heeft getroffen voor het voorschrijven of goedkeuren van een controleprocedure, kan de eigenaar zolang zulke regelingen nog niet zijn getroffen, gebruik maken van de procedure die is voorgeschreven of goedgekeurd door de Administratie van een Overeenkomstsluitende Partij die bereid is op te treden als „de betrokken Overeenkomstsluitende Partij”. De eigenaar dient te voldoen aan de door de desbetreffende Administratie gestelde voorwaarden voor gebruikmaking van zodanige procedures.
7 Administraties maken de informatie over goedgekeurde programma’s voor voortdurende controles openbaar.
- Regeling
- Internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC)
- Afkortingen
- CSC, CSC 1972
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-07-2014
- BWB-id
- BWBV0003233
- Versie
- 2014-07-01_0