wetzoeker

Bijlage II — Vereisten en proeven inzake structurele veiligheid (deel 1) Internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC)

Vereisten en proeven inzake structurele veiligheid

Algemene bepalingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de volgende definities gehanteerd:

De letter g staat voor standaardversnelling van de zwaartekracht; g is gelijk aan 9.8 m/s2.

Het begrip belasting, wanneer gebruikt om een fysieke kwantiteit te beschrijven waaraan eenheden kunnen worden toegeschreven, staat voor massa.

Maximale brutomassa tijdens vervoer of toegestaan gewicht of R is de maximaal toegestane massa van de container tezamen met zijn lading. De letter R wordt uitgedrukt in eenheden van massa. Waar de bijlagen gebaseerd zijn op vormen van zwaartekracht die van deze waarde zijn afgeleid, wordt die kracht, die een inertiekracht is, aangeduid als Rg.

Maximaal toegestaan ladinggewicht of P is het verschil tussen de maximale brutomassa tijdens het vervoer of toegestaan gewicht en tarra. De letter P wordt uitgedrukt in eenheden van massa. Waar de bijlagen gebaseerd zijn op de vormen van zwaartekracht die van deze waarde zijn afgeleid, wordt die kracht, die een inertiekracht is, aangeduid als Pg.

Tarra is de massa van de lege container, met inbegrip van de daaraan vast aangebrachte voorzieningen.

Inleiding

Bij het vaststellen van de vereisten in deze bijlage is men ervan uitgegaan dat in alle fasen van behandeling van containers de krachten ten gevolge van beweging, plaatsing, stapeling en het zwaartekrachteffect van de beladen container, alsook krachten van buitenaf, de ontwerpsterkte van de container niet te boven zullen gaan. In het bijzonder is uitgegaan van de volgende veronderstellingen:

a) de container dient zodanig vastgezet te zijn dat hij niet wordt onderworpen aan grotere krachten dan waarvoor hij is ontworpen;

b) de container dient te zijn beladen overeenkomstig de aanbevolen gebruiken van het vak, opdat de lading de container niet onderwerpt aan grotere krachten dan waarvoor hij is ontworpen.

Constructie

1. Een container gemaakt uit geschikt materiaal die op bevredigende wijze de volgende proeven doorstaat zonder duurzame vervorming of afwijking te ondergaan waardoor het niet mogelijk zou zijn hem te gebruiken voor het doel waarvoor hij is ontworpen, wordt als veilig beschouwd.

2. De afmetingen, plaats en de daarmee samenhangende tolerantie van de hoekstukken dienen te worden gecontroleerd, met inachtneming van de hijs- en vastzetsystemen waarin zij zullen functioneren.

Belasting en procedure bij de beproeving

Naar gelang het ontwerp van de container zulks toelaat, dienen voor alle te beproeven containers de onderstaande belasting en procedures bij de beproeving te worden gebruikt:

BEPROEVINGSBELASTING EN TOEGEPASTE KRACHTEN | BEPROEVINGSPROCEDURES

1. HIJSEN

De container met de voorgeschreven inwendige belasting wordt zodanig opgehesen dat er geen versnellingskrachten van betekenis ontstaan. Na het ophijsen dient de container gedurende vijf minuten te blijven hangen of te worden gesteund en dan neergezet op de grond.

(A) HIJSEN GEBRUIK MAKEND VAN DE HOEKSTUKKEN

Inwendige belasting: | (i) Hijsen vanuit de bovenhoekstukken:

Een zodanig uniform verdeelde belasting dat de totale massa van de container en de beproevingsbelasting gelijk is aan 2R. In het geval van een tankcontainer dient, indien de beproevingsbelasting van de inwendige belasting plus de tarra minder is dan 2R, een aanvullende belasting, verdeeld over de lengte van de tank, aan de container te worden toegevoegd. | Op containers langer dan 3000 mm (10 ft) (nominaal) dienen de hijskrachten verticaal te worden uitgeoefend op alle vier bovenhoekstukken. Op containers van 3000 mm (10 ft) (nominaal) lengte of minder dienen op alle vier bovenhoekstukken krachten te worden uitgeoefend zodanig dat de hoek tussen elk part van het hijsgereedschap en de verticaal 30° beloopt.

Uitwendige belasting: | (ii) Hijsen gebruikmakend van de bodemhoekstukken:

Zodanig dat de totale massa van 2R wordt gehesen op de voorgeschreven wijze (onder het hoofd BEPROEVINGSPROCEDURES). | Er dienen op zodanige wijze hijskrachten op de containers te worden uitgeoefend, dat de parts van het gereedschap alleen trekken aan de bodemhoekstukken. De hijskrachten dienen te worden uitgeoefend in een hoek met het horizontale vlak van:

30° voor containers met een lengte van 12.000 mm (40 ft) (nominaal) of meer; 37° voor containers met een lengte van 9000 mm (30 ft) (nominaal) en tot, doch met uitsluiting van, 12.000 mm (40 ft) (nominaal); 45° voor containers met een lengte van 6000 mm (20 ft) (nominaal) en tot, doch met uitsluiting van, 9000 mm (30 ft) (nominaal); 60° voor containers minder dan 6000 mm (20 ft) (nominaal).

(B) HIJSEN VOLGENS ANDERE AANVULLENDE METHODEN

Inwendige belasting: | i) Heffen met behulp van lepelsleuven:

Een zodanig uniform verdeelde belasting dat de totale massa van de container en de beproevingsbelasting gelijk is aan 1,25 R. | De container dient te worden geplaatst op staven die zich in hetzelfde horizontale vlak bevinden, met een staaf geschoven in elke lepelsleuf die wordt gebruikt voor het heffen van de beladen container. De staven dienen dezelfde breedte te hebben als de lepels bestemd voor gebruik bij het hanteren van de container en dienen voor 75% van de lengte van de lepelsleuf daarin te steken.

Uitwendige belasting:

Zodanig dat de totale massa van 1,25 R wordt opgehesen op de voorgeschreven wijze (onder het hoofd BEPROEVINGSPROCEDURES).

Inwendige belasting: | ii) Hijsen met behulp van aangrijpingspunten voor hijsarmen:

Een zodanig uniform verdeelde belasting dat de totale massa van de container en de beproevingsbelasting gelijk is aan 1,25 R. In het geval van een tankcontainer dient, indien de beproevingsbelasting van de inwendige belasting plus de tarra minder is dan 1,25 R, een aanvullende belasting, verdeeld over de lengte van de tank, aan de container te worden toegevoegd. | De container dient te worden geplaatst op steunblokjes waarvan de bovenzijden zich in hetzelfde horizontale vlak bevinden, met een blokje onder elk aangrijpingspunt voor de hijsarmen. Deze steunblokjes dienen dezelfde grootte te hebben als het aangrijpingsoppervlak van de te gebruiken punten.

Uitwendige belasting:

Zodanig dat de totale massa van 1,25 R wordt opgehesen op de voorgeschreven wijze (onder het hoofd BEPROEVINGSPROCEDURES).

iii) Andere methoden

Wanneer de containers zo zijn ontworpen dat zij in beladen toestand dienen te worden opgehesen volgens een niet in (A) of (B) (i) en (ii) genoemde methode, dienen zij tevens te worden beproefd met de in- en uitwendige belasting die representatief is voor de aan die methode eigen versnellingswaarden.

2. STAPELEN

1. Wanneer bij internationaal vervoer de omstandigheden zodanig zijn dat de maximale verticale versnelling aanmerkelijk afwijkt van 1,8 g en wanneer het gebruik van de container op betrouwbare en doeltreffende wijze is beperkt tot zodanige vervoersomstandigheden, mag het stapelgewicht worden aangepast aan de bijbehorende versnellingswaarden.

2. Na geslaagde voltooiing van deze beproeving kan de toelaatbare statische stapelbelasting op de bovenzijde van de container worden bepaald, die dient te worden aangegeven op de veiligheidskeurplaat in de rubriek TOELAATBARE STAPELBELASTING BIJ 1,8 g (in kg en lb).

Inwendige belasting:

Een zodanig uniform verdeelde belasting dat de totale massa van de container en de beproevingsbelasting gelijk is aan 1,8 R. Tankcontainers kunnen in tarratoestand worden beproefd. | De container met de voorgeschreven inwendige belasting wordt geplaatst op vier horizontale steunblokjes die op hun beurt steunen op een niet vervormbaar horizontaal oppervlak, één blokje onder elk bodemhoekstuk of gelijkwaardige hoekstructuur. De steunblokjes dienen midden onder de hoekstukken te worden geplaatst en ongeveer dezelfde oppervlaktematen als de hoekstukken te hebben.

Uitwendige belasting:

Regeling
Internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC)
Afkortingen
CSC, CSC 1972
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2014
BWB-id
BWBV0003233
Versie
2014-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl