Bijlage II — Douanerechten op producten van oorsprong uit Centraal-Afrika Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds
Douanerechten op producten van oorsprong uit Centraal-Afrika
1. Onverminderd de punten 2, 4, 5, 6 en 7 worden de douanerechten van de EG (de „EG-douanerechten”) op alle producten van de hoofdstukken 1 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, behalve op die van hoofdstuk 93 daarvan, van oorsprong uit Centraal-Afrika, bij de inwerkingtreding van de overeenkomst volledig afgeschaft. Op producten van hoofdstuk 93 zal de EG de meestbegunstigingsrechten blijven heffen.
2. De EG-douanerechten op de producten van post 1006 van oorsprong uit Centraal-Afrika worden afgeschaft met ingang van 1 januari 2010, met uitzondering van de EG-douanerechten op de producten van subpost 1006 10 10, die worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
3. De partijen komen overeen dat de bepalingen van protocol 3 van de Overeenkomst van Cotonou (het „suikerprotocol”) tot en met 30 september 2009 van toepassing blijven. De EG en de betrokken overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat komen overeen dat het suikerprotocol na die datum tussen hen niet meer van kracht zal zijn. Voor de toepassing van artikel 4, lid 1, van het suikerprotocol loopt de leveringsperiode 2008/2009 van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2009. De gegarandeerde prijs voor de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2009 wordt vastgesteld na de in artikel 5, lid 4, bedoelde onderhandelingen.
4. De EG-douanerechten op producten van post 1701 van oorsprong uit Centraal-Afrika worden per 1 oktober 2009 afgeschaft. Tot de EG-douanerechten volledig zijn afgeschaft, en naast de toekenning van contingenten met nulrecht als bepaald in het suikerprotocol, wordt voor producten van subpost 1701 van oorsprong uit Centraal-Afrika een contingent met nulrecht van 0 ton, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, geopend voor het verkoopseizoen
1) Voor de toepassing van de punten 4, 5, 6 en 7 wordt onder „verkoopseizoen” de periode van 1 oktober tot en met 30 september verstaan.
2008/2009.
5.
a. De EG kan tijdens de periode van 1 oktober 2009 tot en met 30 september 2015 het meestbegunstigingsrecht instellen op producten van post 1701 (suiker) van oorsprong uit Centraal-Afrika waarvan de invoer onderstaande drempels, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, overstijgt en wordt geacht de EG-suikermarkt te verstoren:
i. 3,5 miljoen ton per verkoopseizoen van deze producten van oorsprong uit de staten die lid zijn van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten), die de Overeenkomst van Cotonou hebben ondertekend, en
ii. voor het verkoopseizoen 2009/2010 1,38 miljoen ton van deze producten van oorsprong uit ACS-staten die door de Verenigde Naties niet als minst ontwikkeld land worden erkend. Deze drempel van 1,38 miljoen ton zal stijgen tot 1,45 miljoen ton voor het verkoopseizoen 2010/2011 en tot 1,6 miljoen ton voor de vier daaropvolgende verkoopseizoenen.
b. Punt 5, onder a), geldt niet voor de invoer van producten van post 1701 van oorsprong uit een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat die door de Verenigde Naties als minst ontwikkeld land wordt erkend. Op deze invoer blijven evenwel de bepalingen van artikel 3 van titel III, hoofdstuk 2 (vrijwaringsclausule) van toepassing
2) In afwijking van het artikel betreffende de bilaterale vrijwaring in de overeenkomst kunnen op een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat die door de Verenigde Naties als minst ontwikkeld land is erkend, hiertoe vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn.
.
c. Het toegepaste meestbegunstigingsrecht vervalt aan het eind van het verkoopseizoen waarin het werd ingesteld.
d. Maatregelen die krachtens dit punt worden ingesteld, worden onverwijld gemeld aan het EPO-comité; over deze maatregelen wordt met dat orgaan geregeld overleg gepleegd.
6. Voor de toepassing van artikel 3 van titel III, hoofdstuk 2 (vrijwaringsclausule) kunnen, vanaf 1 oktober 2015, verstoringen van de markt voor producten van post 1701 worden geacht te ontstaan wanneer de gemiddelde prijs van witte suiker op de markt van de Europese Gemeenschap gedurende twee opeenvolgende maanden zakt onder 80 procent van de gemiddelde prijs van witte suiker op de markt van de Europese Gemeenschap tijdens het voorafgaande verkoopseizoen.
7. Van 1 januari 2008 tot en met 30 september 2015 worden producten van de posten 1704 90 99, 1806 10 30, 1806 10 90, 2106 90 59 en 2106 90 98 aan een speciaal toezichtmechanisme onderworpen om te waarborgen dat de regelingen in de punten 4 en 5 niet worden ontweken. In het geval van een cumulatieve stijging van de omvang van de invoer van een of meer van deze producten van oorsprong uit Centraal-Afrika met meer dan 20 procent tijdens een periode van 12 opeenvolgende maanden in vergelijking met het gemiddelde van de jaarlijkse invoer tijdens de drie voorafgaande perioden van 12 maanden, analyseert de EG het handelspatroon, de economische rechtvaardiging voor deze invoer en het desbetreffende suikergehalte; indien zij oordeelt dat deze invoer wordt gebruikt om de regelingen in de punten 4 en 5 te ontwijken, kan zij de preferentiële regeling opschorten en het specifieke meestbegunstigingsrecht instellen dat overeenkomstig het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap geldt voor producten van de posten 1704 90 99, 1806 10 30, 1806 10 90, 2106 90 59 en 2106 90 98 van oorsprong uit Centraal-Afrika. Punt 5, onder b), c) en d), is van overeenkomstige toepassing op maatregelen krachtens dit punt.
8. Van 1 oktober 2009 tot en met 30 september 2012 wordt voor producten van post 1701 geen invoervergunning afgegeven, tenzij de importeur zich ertoe verplicht die producten te kopen tegen een prijs die niet lager is dan 90 procent van de door de EG voor het desbetreffende verkoopseizoen vastgestelde referentieprijs.
9. Punt 1 is niet van toepassing op producten van post 0803 00 19, van oorsprong uit Centraal-Afrika, die in de ultraperifere gebieden van de EG in het vrije verkeer worden gebracht. De punten 1, 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van post 1701, van oorsprong uit Centraal-Afrika, die in de Franse overzeese departementen in het vrije verkeer worden gebracht. Deze bepalingen gelden voor tien jaar. Tenzij de partijen anders beslissen, wordt die periode met nog eens tien jaar verlengd.
- Regeling
- Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 22-01-2009
- BWB-id
- BWBV0003195
- Versie
- 2009-01-22_0