wetzoeker

Overeenkomst tussen het Nederlandse Waterschap Rijn en IJssel (het voormalige Polderdistrict Oude Rijn) en het Duitse Wasserverband Netterdenscher Kanal, inzake de streefpeilen op de Oude Rijn

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-05-2008
Rechtsgebied
Belastingrecht, Internationaal publiekrecht, Invoer en douane, Migratierecht, Ruimtelijke ordening en milieu, Waterrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0003191
Versie
2008-05-22_0
SHA-256 bron
054e135f5d9791efd81089299d294073fbab32bb9e771bbaba5b0e82151a97ee

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Overeenkomst tussen het Nederlandse Waterschap Rijn en IJssel (het voormalige Polderdistrict Oude Rijn) en het Duitse Wasserverband Netterdenscher Kanal, inzake de streefpeilen op de Oude Rijn

Overeenkomst tussen het Nederlandse Waterschap Rijn en IJssel (het voormalige Polderdistrict Oude Rijn) en het Duitse Wasserverband Netterdenscher Kanal, inzake de streefpeilen op de Oude Rijn

Het Polderdistrict Oude Rijn (nu Waterschap Rijn en IJssel) en het Wasserverband Netterdenscher Kanal hebben op 3 december 1971 een overeenkomst volgens artikel 59 van het Grensverdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden van 8 april 1960 afgesloten. Volgens artikel 2.2 van deze overeenkomst moeten de aan te houden waterstanden in onderlinge overeenstemming worden vastgelegd. Tot op heden is dit, zonder dat het tot misverstanden heeft geleid, niet gebeurd.

In de periode 2005-2007 is door Waterschap Rijn en IJssel het „Gewenste Grond- en Oppervlaktewaterregime” (GGOR) voor het Rijnstrangengebied vastgesteld. Hierbij is intensief samengewerkt met het Wasserverband Netterdenscher Kanal en de Deichschau Hüthum-Elten.

De streefpeilen uit het GGOR zijn vastgelegd in een peilbesluit. De Oude Rijn staat in principe in open verbinding met het Pannerdensch Kanaal, behalve bij laag- en hoogwatersituaties. Op grond van het peilbesluit worden de minimum- en maximumpeilen die invloed hebben op Duits grondgebied als volgt beheerd:

– Bovenstrooms van de bestaande drempel bij Erfkamelingschap wijzigt het minimumpeil niet. Deze wordt gerealiseerd door middel van een vaste overlaat met een kruinhoogte op +10,60 m NAP;

– Bovenstrooms van de Eendenpoelse Buitenpolder („kortsluiting Grondstein”) wordt een minimumpeil ingesteld van +10,20 m NAP. Deze wordt gerealiseerd door middel van een nog te bouwen kunstwerk;

– In de periode van 1 oktober – 15 maart worden op de Oude Rijn, ter plaatse van het gemaal Kandia, pieken toegestaan van +10,70 m NAP;

– In de periode van 15 maart – 1 oktober worden op de Oude Rijn, ter plaatse van het gemaal Kandia, pieken toegestaan van +10,40 m NAP.