wetzoeker

Artikel 2 Overeenkomst inzake gecentraliseerde vrijmaking, betreffende de toewijzing van de nationale inningskosten die worden ingehouden wanneer de traditionele eigen middelen ter beschikking van de EU-begroting worden gesteld

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

In deze overeenkomst wordt verstaan onder

a. „vergunning”, een door de douaneautoriteiten verleende vergunning op grond waarvan goederen in het vrije verkeer kunnen worden gebracht bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de vergunninghouder is gevestigd, ongeacht bij welk douanekantoor de goederen worden aangebracht;

b. „vergunningverlenende douaneautoriteiten”, de douaneautoriteiten van de deelnemende lidstaat die toestaan dat goederen in het vrije verkeer worden gebracht bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de vergunninghouder is gevestigd, ongeacht bij welk douanekantoor de goederen worden aangeboden;

c. „assistentieverlenende douaneautoriteiten”, de douaneautoriteiten van de deelnemende lidstaat die de vergunningverlenende douaneautoriteiten assisteren bij het toezicht op de procedure en het vrijgeven van de goederen;

d. „invoerrechten”, de douanerechten die bij de invoer van goederen verschuldigd zijn;

e. „inningskosten”, het bedrag dat de lidstaten mogen inhouden op grond van artikel 2, lid 3, van het besluit of van een overeenkomstige bepaling van een later besluit ter vervanging hiervan.

Regeling
Overeenkomst inzake gecentraliseerde vrijmaking, betreffende de toewijzing van de nationale inningskosten die worden ingehouden wanneer de traditionele eigen middelen ter beschikking van de EU-begroting worden gesteld
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-01-2019
BWB-id
BWBV0003169
Versie
2019-01-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl