wetzoeker

Artikel 5 Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Japan inzake wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking in douanezaken

De aangezochte administratie verstrekt informatie over en houdt bijzonder toezicht op:

a. goederen die op zodanige wijze worden of kunnen worden vervoerd dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat zij bestemd zijn voor gebruik bij het plegen van een inbreuk op de douanewetgeving in het douanegebied van het land van de verzoekende administratie;

b. vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of kunnen worden gebruikt dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat zij bestemd zijn voor gebruik bij het plegen van een inbreuk op de douanewetgeving in het douanegebied van het land van de verzoekende administratie;

c. plaatsen waar voorraden van goederen op zodanige wijze zijn of kunnen worden opgeslagen of samengebracht dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat deze goederen bestemd zijn voor gebruik bij het plegen van een inbreuk op de douanewetgeving in het douanegebied van het land van de verzoekende administratie; en

d. personen ten aanzien van wie er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat zij betrokken zijn of betrokken zijn geweest bij het plegen van een inbreuk op de douanewetgeving in het douanegebied van het land van de verzoekende administratie.

Regeling
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Japan inzake wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking in douanezaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2010
BWB-id
BWBV0003168
Versie
2010-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl