wetzoeker

Artikel VII Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur

1 Iedere Lidstaat treft, rekening houdend met zijn eigen bijzondere omstandigheden, de nodige maatregelen teneinde zijn voornaamste nationale instellingen die op het gebied van onderwijs, wetenschap en cultuur werkzaam zijn, te betrekken bij het werk van de Organisatie, bij voorkeur door de instelling van een Nationale Commissie, waarin de Regering en de genoemde instellingen op brede grondslag vertegenwoordigd zijn.

2 Nationale commissies of samenwerkende nationale instellingen, zo zij bestaan, voorzien hun nationale delegatie bij de Algemene Conferentie, de vertegenwoordigers en plaatsvervangers van hun land bij de Uitvoerende Raad, alsmede hun Regering, van advies in aangelegenheden die de Organisatie betreffen en treden op als verbindingsorganen met betrekking tot alle aangelegenheden die de Organisatie aangaan.

3 De Organisatie kan, op verzoek van een Lidstaat, tijdelijk of permanent, een lid van haar Secretariaat afvaardigen om deel uit te maken van de Nationale Commissie van die Staat, teneinde haar bij haar werkzaamheden behulpzaam te zijn.

Regeling
Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-11-2001
BWB-id
BWBV0003155
Versie
2001-11-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl