wetzoeker

UITKERINGEN Verdrag inzake de herziening van het Verdrag betreffende de bescherming van het moederschap (herzien), 1952

2. Waar mogelijk en na raadpleging van de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, behoren de geldelijke uitkeringen waarop een vrouw recht heeft tijdens het verlof zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van het Verdrag te worden verhoogd tot het volledige bedrag van de eerdere verdiensten van de vrouw of van de verdiensten die in aanmerking worden genomen bij de berekening van uitkeringen.

3. Voor zover mogelijk behoren de geneeskundige verstrekkingen zoals voorzien in artikel 6, zevende lid, van het Verdrag mede te omvatten:

a. zorg in een artsenpraktijk, thuis of in een ziekenhuis of andere medische instelling verleend door een huisarts of specialist;

b. verloskundige hulp thuis of in een ziekenhuis of andere medische instelling verleend door een bevoegde verloskundige of een andere verloskundige dienst;

c. verzorging in een ziekenhuis of een andere medische instelling;

d. andere noodzakelijke farmaceutische en medische voorzieningen, onderzoeken en tests zoals voorgeschreven door een arts of andere gekwalificeerde persoon; en

e. tandheelkundige en chirurgische zorg.

Regeling
Verdrag inzake de herziening van het Verdrag betreffende de bescherming van het moederschap (herzien), 1952
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-01-2010
BWB-id
BWBV0003153
Versie
2010-01-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl