wetzoeker

Artikel 27 Verdrag van de Wereld Meteorologische Organisatie

RECHTSPOSITIE, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

a De Organisatie bezit op het grondgebied van elk Lid de rechtsbevoegdheid die nodig is voor het verwezenlijken van haar doelstellingen en voor de uitoefening van haar functies.

b

i. De Organisatie beschikt op het grondgebied van elk Lid waarop dit Verdrag van toepassing is de voorrechten en immuniteiten die nodig kunnen zijn voor het verwezenlijken van haar doelstellingen en voor de uitoefening van haar functies.

ii. De vertegenwoordigers van de Leden, de functionarissen en ambtenaren van de Organisatie alsmede de leden van de Uitvoerende Raad bezitten eveneens de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies ten behoeve van de Organisatie.

c Op het grondgebied van elk Lid dat Staat is en dat is toegetreden tot het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 21 november 1947, zijn deze rechtsbevoegdheid, voorrechten en immuniteiten zoals omschreven in dat Verdrag.

Regeling
Verdrag van de Wereld Meteorologische Organisatie
Afkortingen
WMO-Verdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2007
BWB-id
BWBV0003152
Versie
2007-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl