wetzoeker

Artikel 6 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

De aangezochte autoriteit houdt op verzoek bijzonder toezicht op:

a. personen ten aanzien van wie het de verzoekende autoriteit bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten;

b. goederen in vervoer of in opslag ten aanzien waarvan door de verzoekende autoriteit is medegedeeld dat er een vermoeden van ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij bestaat;

c. vervoermiddelen waarvan de verzoekende autoriteit vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2009
BWB-id
BWBV0003150
Versie
2009-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl