wetzoeker

Artikel 16 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

ONTHEFFING

1 De aangezochte autoriteit is niet verplicht de in dit Verdrag voorziene bijstand te verlenen indien deze de openbare orde of enig ander wezenlijk belang van de aangezochte Verdragsluitende Partij zou kunnen schaden of tot een schending van een industrieel of een commercieel geheim, dan wel van een beroepsgeheim zou kunnen leiden.

2 Indien de verzoekende autoriteit niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte autoriteit in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte autoriteit.

3 De bijstand kan door de aangezochte autoriteit worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hierdoor wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden of omstandigheden die de aangezochte autoriteit kan verlangen.

4 Ingeval de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld, dienen de redenen voor de weigering of het uitstel te worden gegeven.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2009
BWB-id
BWBV0003150
Versie
2009-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl