wetzoeker

Artikel 11 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

TOEZENDING VAN VERZOEKEN

1 Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk of elektronisch en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneautoriteit van de andere Verdragsluitende Partij gericht. De aangezochte autoriteit kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

2 Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:

a. de autoriteit die het verzoek doet;

b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek;

c. een korte beschrijving van de aangelegenheid, de juridische aspecten en de aard van de procedure;

d. de namen en adressen van de bij de procedure betrokken personen, voor zover bekend.

3 Een verzoek van een van de douaneautoriteiten om een bepaalde handelwijze te volgen wordt ingewilligd, met inachtneming van de wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij.

4 De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen aan ambtenaren toegezonden die door elke douaneautoriteit hiertoe zijn aangewezen in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-2009
BWB-id
BWBV0003150
Versie
2009-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl