wetzoeker

Artikel 10 Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen

Zodra de Staat van veroordeling de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een vrijheidsstraf heeft gevraagd of aanvaard, kan de Staat van tenuitvoerlegging de veroordeelde aanhouden of andere voorlopige maatregelen nemen, indien:

a de wet van de Staat van tenuitvoerlegging voorlopige hechtenis of de toepassing van andere maatregelen toelaat uit hoofde van het strafbare feit terzake waarvan de veroordeling is uitgesproken, en

b. er redenen bestaan te vrezen dat de veroordeelde zal ontvluchten.

Regeling
Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
09-12-1997
BWB-id
BWBV0003140
Versie
1997-12-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl