wetzoeker

Gemeenschappelijke verklaring betreffende ontwikkelingssamenwerking Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

De partijen erkennen dat de uitvoering van de overeenkomst vooral van de kleinere Cariforum-staten aanzienlijke aanpassingen zal vergen. Zij zijn het erover eens dat vele van de verbintenissen die in het kader van de overeenkomst worden aangegaan, vereisen dat snel een begin wordt gemaakt met hervormingen. Zij erkennen ook het belang van de regionale infrastructuur, die de Cariforum-staten in staat stelt de door de overeenkomst geboden kansen optimaal te gebruiken.

De partijen bevestigen opnieuw dat een zo efficiënt mogelijk gebruik moet worden gemaakt van ontwikkelingsfinanciering, teneinde aan de doelstellingen van de overeenkomst te voldoen, het potentieel ervan te maximaliseren, de goede tenuitvoerlegging ervan te ondersteunen en de Caricom-ontwikkelingsvisie te schragen. De partijen nemen nota van de beschikbaarheid van 165 miljoen EUR uit het tiende EOF voor de financiering van het Caribisch regionaal indicatief programma (CRIP) en herinneren eraan dat in het kader van de herziene Overeenkomst van Cotonou voor de periode 2014-2020 een vervolg van het huidige financiële protocol zal worden goedgekeurd. Zij erkennen voorts dat de middelen die in het tiende EOF aan het Caribisch regionaal indicatief programma (CRIP) zijn toegewezen, zullen worden aangevuld met „Hulp voor handel”-bijdragen van de lidstaten van de Europese Unie (EU).

Op grond van de „Hulp voor handel”-strategie van de EU, die in oktober 2007 werd aangenomen, en de in artikel 7 van de overeenkomst genoemde financieringsinstrumenten bevestigen de lidstaten van de Europese Unie hun voornemen erop toe te zien dat de verbintenissen van de lidstaten in het kader van de „Hulp voor handel”-strategie in billijke mate ten goede komen aan de Caribische ACS-staten, onder meer voor de financiering van programma's tot uitvoering van de overeenkomst.

De partijen zijn het eens over de voordelen van mechanismen voor regionale ontwikkeling, waaronder een voor alle Cariforum-staten toegankelijk regionaal ontwikkelingsfonds, voor het vrijmaken en sturen van voor ontwikkeling bestemde middelen van de Europese Unie en andere mogelijke donors in verband met de economische partnerschapsovereenkomst. De Commissie van de Europese Gemeenschappen en de lidstaten van de Europese Unie zullen in dit verband nagaan welke regelingen met het Caricom-ontwikkelingsfonds, nadat dit is opgericht, moeten worden getroffen om dit fonds te voorzien van middelen ter ondersteuning van programma's die in verband met de overeenkomst worden uitgevoerd en van daarmee verbonden aanpassingsmaatregelen en economische hervormingen. De bijdrage van de EU moet die van de Caribische staten en andere donors aanvullen.

De partijen komen overeen dat bij de programmering van middelen, met name die in het kader van het tiende EOF, voorrang moet worden verleend aan de meest dringende prioriteiten van Cariforum op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking.

Regeling
Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-12-2008
BWB-id
BWBV0003118
Versie
2008-12-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl