wetzoeker

Artikel 6 Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

1 Verzoeken om bijstand in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan. Zij gaan vergezeld van de documenten die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2 De overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken bevatten de volgende gegevens:

a. de naam van de verzoekende autoriteit;

b. de inhoud van het verzoek;

c. het doel en de reden van het verzoek;

d. de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere juridische aspecten;

e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie over de natuurlijke personen of rechtspersonen op wie het onderzoek betrekking heeft;

f. een samenvatting van de feiten en van het reeds uitgevoerde onderzoek.

3 De verzoeken om bijstand worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal. Deze eis geldt niet voor de in lid 1 bedoelde documenten bij het verzoek.

4 Indien een verzoek niet aan de hierboven vermelde vormeisen voldoet, kan worden verzocht het te corrigeren of aan te vullen; in de tussentijd kunnen conservatoire maatregelen worden genomen.

Regeling
Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
29-12-2008
BWB-id
BWBV0003118
Versie
2008-12-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl