wetzoeker

Artikel 38 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen

ALGEMENE BEPALINGEN

1 De autoriteiten van de Verdragsluitende Staat waar een beschermende maatregel is genomen of een vertegenwoordigingsbevoegdheid is bevestigd, kunnen aan de persoon aan wie de bescherming van de persoon of het vermogen van de volwassene is toevertrouwd, op zijn verzoek, een verklaring verstrekken waarin wordt aangegeven in welke hoedanigheid die persoon kan optreden en welke bevoegdheden hem zijn verleend.

2 De in de verklaring aangegeven hoedanigheid en bevoegdheden worden geacht vast te staan met ingang van de datum van de verklaring, behoudens bewijs van het tegendeel.

3 Elke Verdragsluitende Staat wijst de autoriteiten aan die bevoegd zijn de verklaring op te stellen.

Regeling
Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
13-01-2000
BWB-id
BWBV0003084
Versie
2000-01-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl