wetzoeker

Artikel 11 Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van personen in dienst van de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen)

PROCESGANG

1 Binnen een door de Voorzitter van de Kamer te bepalen termijn dient de Organisatie bij de griffie van het Hof een memorie van antwoord in naar aanleiding van het inleidende verzoekschrift.

2 Deze memorie gaat vergezeld van alle bij de Organisatie berustende stukken, die voor de kennisneming van de zaak van nut kunnen zijn. Met name dienen de stukken en het advies van de Raadgevende Commissie, alsmede het besluit op het interne beroep bij deze memorie te worden gevoegd.

3 De Voorzitter van de Kamer kan partijen bevelen ter griffie van het Hof aanvullende geschriften en documenten te deponeren.

Regeling
Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van personen in dienst van de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2014
BWB-id
BWBV0003077
Versie
2014-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl