wetzoeker

Artikel 16 Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning

1 De Staten die Partij zullen geen personen uitzetten of terugzenden („refouler”) naar of overleveren of uitleveren aan een andere Staat, indien er wezenlijke gronden zijn om aan te nemen dat zij het gevaar zouden lopen het slachtoffer te worden van gedwongen verdwijning.

2 Teneinde vast te stellen of er dergelijke gronden zijn, nemen de bevoegde autoriteiten alle relevante overwegingen in aanmerking, met inbegrip, indien van toepassing, van de vraag of er in de betrokken Staat sprake is van een duidelijk patroon van grove, flagrante of massale schendingen van de mensenrechten of van ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht.

Regeling
Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
22-04-2011
BWB-id
BWBV0003065
Versie
2011-04-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl