wetzoeker

Bijlage II Besluit van de Vertegenwoordigers van de regeringen van de Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, van 25 juni 1996 betreffende de opstelling van een nood reisdocument

Regels voor de afgifte van het nood-reisdocument

1. Het nood-reisdocument (NRD) is een reisdocument dat kan worden verstrekt voor een reis naar de Lid-Staat waarvan de aanvrager onderdaan is, dan wel naar het land waar deze permanent verblijft of, in uitzonderlijke gevallen, naar een andere bestemming. Het document kan worden verstrekt aan onderdanen van de Lid-Staten, onder het gezag van de Staat waarvan de aanvrager onderdaan is.

2. NRD’s kunnen worden afgegeven:

a. aan een onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Unie wiens paspoort of reisdocument verloren, gestolen of vernietigd, dan wel tijdelijk niet beschikbaar is, en

b. in landen waar het land waarvan de aanvrager onderdaan is, geen toegankelijke diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging heeft die een reisdocument mag verstrekken of waar dat land niet anderszins vertegenwoordigd is, en

c. nadat toestemming van de autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst van de aanvrager is verkregen.

3. Personen die het NRD aanvragen, dienen hiertoe een aanvraagformulier in te vullen dat, samen met door de vertegenwoordiging voor echt gewaarmerkte fotokopieën van beschikbare bewijsstukken waaruit de identiteit en de nationaliteit van de aanvrager blijkt, wordt doorgezonden naar een daartoe aangewezen autoriteit van de Lid-Staat waarvan de aanvrager onderdaan is. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs de dichtstbijzijnde autoriteit te zijn indien een andere autoriteit in de regio daarvoor eerder in aanmerking komt. De vertegenwoordiging die het document verstrekt, rekent de aanvrager de kosten en leges aan die normaliter voor de afgifte van een paspoort voor noodgevallen in rekening worden gebracht.

Aanvragers die niet over voldoende middelen beschikken om andere ter plaatse te maken onkosten te dekken, ontvangen in voorkomend geval de nodige middelen overeenkomstig de instructies die de Lid-Staat van herkomst van de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag geeft.

4. Een NRD moet een geldigheidsduur krijgen die niet veel langer is dan de minimumperiode die nodig is voor het maken van de reis waarvoor het document wordt verstrekt. Bij de berekening van deze periode dienen eventueel noodzakelijke overnachtingen of aansluitingen in aanmerking te worden genomen.

5. Een fotokopie van elk verstrekt document dient in de archieven van de vertegenwoordiging van afgifte te worden bewaard. Een fotokopie moet worden gestuurd naar de autoriteit van de Lid-Staat waarvan de aanvrager onderdaan is.

6. Elke Lid-Staat kan de toepassing van deze regels uitbreiden tot andere personen die banden met hem onderhouden en die hij bereid is toe te laten.

Regeling
Besluit van de Vertegenwoordigers van de regeringen van de Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, van 25 juni 1996 betreffende de opstelling van een nood reisdocument
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-11-2002
BWB-id
BWBV0003028
Versie
2002-11-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl