Nr. I Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs
Wenen, 21 oktober 1985
Mijnheer de Minister,
Naar aanleiding van de ondertekening van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs (hierna genoemd de Overeenkomst), die heden heeft plaatsgevonden, heb ik de eer vast te stellen dat bij de onderhandelingen ook over het volgende overeenstemming is bereikt:
1. De Overeenkomst betreft de erkenning en waardering ten behoeve van een voortgezette of verdere studie, met inbegrip van de eventuele toelating tot de promotie.
2. De Overeenkomst heeft ten doel de met betrekking tot de vooropleiding gestelde voorwaarden voor toelating tot een studie vast te leggen in de examenregelingen van de beide Overeenkomstsluitende Staten. De Overeenkomst verleent derhalve uitsluitend ten behoeve van een voortgezette of verdere studie ontheffing van de verplichting, aan te tonen dat aan de vermelde voorwaarden inzake de vooropleiding is voldaan. Zij leidt niet tot de verlening van het diploma, de graad of het getuigschrift ten aanzien waarvan deze ontheffing wordt verleend.
3. De Overeenkomst heeft geen betrekking op de effectus civilis. Na het sluiten van de Overeenkomst zullen de Overeenkomstsluitende Staten nagaan, in hoeverre vraagstukken betreffende de effectus civilis bij overeenkomst kunnen worden geregeld.
4. Met betrekking tot de gevallen dat studies met een staatsexamen worden afgesloten, worden ingevolge artikel 5 van de Overeenkomst de studietijden slechts in aanmerking genomen en de examens slechts erkend op basis van de op dat moment geldende binnenlandse examenvoorschriften.
5. De Overeenkomst laat de in de beide Overeenkomstsluitende Staten geldende algemene voorwaarden en beperkingen inzake de toelating tot studies en studieonderdelen onverlet.
6. Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden dienen de verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst als volgt te worden geïnterpreteerd:
(a) voor zover met betrekking tot beslissingen ingevolge de Overeenkomst de bevoegdheid bij organen van de centrale overheid berust, is de Overeenkomst rechtstreeks van kracht;
(b) voor zover de instellingen van hoger onderwijs bevoegd zijn te beslissen, hebben de bepalingen van de Overeenkomst slechts een aanbevelend karakter voor de instellingen van hoger onderwijs.
7. Ten aanzien van artikel 4 van de Overeenkomst verklaart het Koninkrijk der Nederlanden het tweede lid zodanig te interpreteren, dat de bezitter van een andere academische graad niet zal worden verplicht in het Koninkrijk der Nederlanden de naam van de instelling die de graad heeft verleend, bij deze graad te vermelden.
8. Tot de instellingen van hoger onderwijs, zoals bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst, worden in Nederland gerekend:
(a) De in artikel 15 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Staatsblad 1975, 729) genoemde universiteiten en hogescholen, nl.:
- de rijksuniversiteiten te Leiden, Groningen, Utrecht en Rotterdam;
- de technische rijkshogescholen te Delft, Eindhoven en Enschede;
- de Rijkslandbouwhogeschool te Wageningen;
- de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam;
- de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen;
- de bijzondere hogeschool voor maatschappij- en geesteswetenschappen te Tilburg.
(b) De bij de Wet Rijksuniversiteit Limburg (Staatsblad 1975, 717) opgerichte Rijksuniversiteit Limburg.
(c) De tussen de onder a en b genoemde universiteiten en hogescholen opgerichte interuniversitaire instituten.
(d) De krachtens artikel 118 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs daartoe aangewezen bijzondere universiteiten en hogescholen voor zover het de in het desbetreffende besluit vermelde doctoraten en getuigschriften van met goed gevolg afgelegde examens betreft. Op het tijdstip van het sluiten van de Overeenkomst zijn dit de volgende hogescholen:
- het opleidingsinstituut voor bedrijfskunde, uitgaande van de Stichting Nijenrode, Instituut voor Bedrijfskunde, gevestigd te Breukelen (Koninklijk Besluit van 27 september 1982, Staatsblad 558);
- de katholieke theologische hogescholen te Tilburg, Amsterdam en Heerlen, met betrekking tot het doctoraat en het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de theologie (Koninklijk Besluit van 9 september 1974, Staatsblad 539);
- de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Kampen, Oudestraat 6, te zamen met de van de Johannes Calvijn-Stichting te Kampen uitgaande Johannes Calvijn-Academie, met betrekking tot het doctoraat en het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegde doctoraal examen in de theologie (Koninklijk Besluit van 8 maart 1975, Staatsblad 109);
- de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) te Kampen, Broederweg 15, met betrekking tot het doctoraat en het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de theologie (Koninklijk Besluit van 8 maart 1975, Staatsblad 109);
- de Theologische Hogeschool van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, met betrekking tot het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen (Koninklijk Besluit van 8 maart 1975, Staatsblad 109) alsmede het doctoraat en het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de theologie (Koninklijk Besluit van 2 februari 1979, Staatsblad 43).
- de Katholieke Theologische Hogeschool te Utrecht, met betrekking tot het doctoraat en het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de theologie (Koninklijk Besluit van 23 januari 1976, Staatsblad 33).
(e) Open Universiteit te Heerlen (Staatsblad 1984, 573).
9. Tot de instellingen van hoger onderwijs, zoals bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst, worden in Oostenrijk gerekend:
(a) de Universiteit van Wenen;
de Universiteit van Graz;
de Universiteit van Innsbruck;
de Universiteit van Salzburg;
de Universiteit voor technische wetenschappen van Wenen;
de Universiteit voor technische wetenschappen van Graz;
de Universiteit voor mijnbouwkunde van Leoben;
de Universiteit voor landbouwwetenschappen van Wenen;
de Universiteit voor diergeneeskunde van Wenen;
de Universiteit voor economische wetenschappen van Wenen;
de Universiteit van Linz en
de Universiteit voor onderwijs- en vormingswetenschappen van Klagenfurt;
(b) de volgende hogescholen voor kunstzinnige opleidingen, voorzover op de desbetreffende studies de voorschriften voor universitair onderwijs van toepassing zijn:
de Akademie voor beeldende kunsten in Wenen;
de Hogeschool voor toegepaste kunst in Wenen;
de Hogeschool voor muziek, toneel- en danskunst in Wenen;
de Hogeschool voor muziek, toneel- en danskunst „Mozarteum" in Salzburg;
de Hogeschool voor muziek, toneel- en danskunst in Graz;
en de Hogeschool voor kunstzinnige en industriële vormgeving in Linz.
10. De omschrijving van het begrip „instelling van hoger onderwijs” in artikel 1 heeft niet alleen betrekking op de instellingen in de beide Overeenkomstsluitende Staten, die op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst reeds bestaan, doch zal ook die instellingen omvatten, waaraan bij wet in een der beide Overeenkomstsluitende Staten het karakter van een instelling van hoger onderwijs zal worden toegekend.
11. De begripsaanduiding „diploma” in de Nederlandse tekst komt overeen met de begripsaanduiding „Diplomgrad” in de Duitse tekst.
Ik heb de eer U voor te stellen dat deze brief en Uw bevestigend antwoord daarop een overeenkomst vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk, die een wezenlijk bestanddeel van de Overeenkomst vormt en die op dezelfde dag in werking treedt en onder dezelfde voorwaarden van kracht zal zijn als de Overeenkomst.
(w.g.) L. H. J. B. VAN GORKOM
L. H. J. B. van Gorkom
Hr.Ms. Ambassadeur
Aan de Minister van Wetenschap
en Onderzoek
Dr. H. Fischer
Wenen
- Regeling
- Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-02-1987
- BWB-id
- BWBV0002999
- Versie
- 1987-02-01_0