wetzoeker

Slotprotocol Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië

Bij de ondertekening, heden, van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië (hierna genoemd het Verdrag) hebben de ondergetekenden vastgesteld dat over de volgende punten overeenstemming tussen de Verdragsluitende Partijen bestaat:

1. Ten aanzien van het recht op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wetgeving dient onder rechthebbende op verstrekkingen voor de toepassing van Hoofdstuk 1 van titel III van het Verdrag te worden verstaan:

i) degene die verplicht is zich te verzekeren bij een zorgverzekeraar krachtens artikel 2 van de Zorgverzekeringswet, en

ii) degene, voor zover deze een andere persoon is dan bedoeld in onderdeel i, die in de Republiek Kaapverdië verblijft en die ten laste van Nederland recht heeft op gezondheidszorg in de Republiek Kaapverdië.

2. Voor de toepassing van artikel 14 van het Verdrag worden met de pensioenen verschuldigd krachtens de wettelijke bepalingen bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder A, onderdelen b), c) en d) van het Verdrag gelijkgesteld:

– pensioenen ingevolge de wet van 6 januari 1966 houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de burgerlijke ambtenaren en van hun nabestaanden (Algemene Burgerlijke Pensioenwet);

– pensioenen ingevolge de wet van 6 oktober 1966 houdende nieuwe regeling van de pensioenen van militairen en van hun nabestaanden (Algemene Militaire Pensioenwet);

– arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (wet van 7 juni 1972);

– pensioenen ingevolge de wet van 15 februari 1967 houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de personeelsleden van de N.V. Nederlandse Spoorwegen en van hun nabestaanden (Spoorwegpensioenwet);

– pensioenen ingevolge het Reglement Dienstvoorwaarden Nederlandse Spoorwegen (R.D.V. 1964 N.S.) ;

– uitkeringen ter zake van pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd ingevolge een pensioenregeling die de verzorging van werknemers en voormalig werknemers bij ouderdom ten doel heeft, of uitkeringen ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces ingevolge een van rijkswege dan wel krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde regeling ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces of een vastgestelde regeling ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces voor personen van 55 jaar of ouder;

– uitkeringen ingevolge het eerste en vierde lid van artikel 4 of ingevolge artikel 5 van de Wet van 22 april 1999 houdende regels inzake het treffen van voorzieningen ten behoeve van remigratie, voor personen die na de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn geremigreerd;

– nabestaandenuitkeringen ingevolge een regeling ten gunste van nabestaanden voorzien in een van de bovengenoemde regelingen.

3. De werknemer of zijn in artikel 11 van het Verdrag bedoelde gezinsleden en de rechthebbende op een of meer Kaapverdische pensioenen of zijn in artikel 14, tweede en derde lid, van het Verdrag bedoelde gezinsleden die recht hebben op verstrekkingen ten laste van Kaapverdië en die op Nederlands grondgebied wonen, zijn niet verzekerd krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) onverminderd het recht op verstrekkingen voorzien in de Wlz.

4. De in punt 1 bedoelde personen dienen zich overeenkomstig de bepalingen van de Zorgverzekeringswet te verzekeren bij een zorgverzekeraar of zich aan te melden bij het Zorginstituut of zijn rechtsopvolger.

5. De bepalingen van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg die betrekking hebben op de verschuldigdheid van premies en bijdragen zijn van toepassing op de rechthebbenden en hun gezinsleden bedoeld in punt 1, onderdeel ii. Deze premies en bijdragen worden geheven van de rechthebbende of degene van wie het recht op zorg is afgeleid.

6. De in de Zorgverzekeringswet voorziene bepaling inzake de verschuldigdheid van een administratieve boete bij te late verzekering is van overeenkomstige toepassing op de in punt 1, onderdeel ii. bedoelde personen in het geval zij zich te laat aanmelden bij het Zorginstituut.

7. Degene die recht heeft op uitkeringen krachtens de wetgeving van de Republiek Kaapverdië en in Nederland woont, heeft het recht van het orgaan van zijn woonplaats:

– uitkeringen te ontvangen die vergelijkbaar zijn met een polisvariant die ook aan zijn eigen verzekerden wordt aangeboden krachtens met name artikel 11, eerste, tweede en derde lid, artikel 19, eerste lid en artikel 20, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;

– uitkeringen te ontvangen krachtens de Wet langdurige zorg.

Regeling
Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2019
BWB-id
BWBV0002964
Versie
2019-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl