wetzoeker

Artikel III.1 Verdrag inzake de erkenning van getuigschriften betreffende hoger onderwijs in de Europese regio

GRONDBEGINSELEN BETREFFENDE DE BEOORDELING VAN KWALIFICATIES

1 Bezitters van kwalificaties afgegeven op het grondgebied van één der Partijen hebben, op verzoek ingediend bij de juiste instantie, passende toegang tot een beoordeling van deze kwalificaties.

2 Ten aanzien van de aanvrager mag geen enkel onderscheid worden gemaakt, op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, handicap, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status, of op grond van enige andere omstandigheid die geen betrekking heeft op de waarde van de kwalificatie waarvoor erkenning wordt gevraagd. Ten einde dit recht te waarborgen, verplicht iedere Partij zich ertoe, passende maatregelen te treffen dat een aanvraag voor de erkenning van kwalificaties uitsluitend wordt beoordeeld op grond van verworven kennis en vaardigheden.

Regeling
Verdrag inzake de erkenning van getuigschriften betreffende hoger onderwijs in de Europese regio
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-05-2008
BWB-id
BWBV0002946
Versie
2008-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl