wetzoeker

Artikel 38 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden

Overgangs- en slotbepalingen

1 Dit Verdrag kan door elk van de beide Verdragsluitende Partijen worden opgezegd. Kennisgeving van de opzegging dient te geschieden ten minste drie maanden voor het einde van het lopende kalenderjaar; het Verdrag houdt alsdan op van kracht te zijn aan het einde van het kalenderjaar waarin het is opgezegd.

2 Wanneer het Verdrag is opgezegd, blijven de bepalingen ervan van toepassing ten aanzien van reeds verkregen rechten op uitkering, ongeacht enige bepaling welke in de wetgevingen van de beide Verdragsluitende Partijen mocht zijn opgenomen aangaande beperking van het recht op uitkering in verband met het wonen in, of het onderdaan zijn van andere landen. Aanspraken op toekomstige uitkeringen welke op grond van het Verdrag kunnen zijn verkregen, worden bij bijzondere overeenkomst geregeld.

Regeling
Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-1983
BWB-id
BWBV0002928
Versie
1983-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl