wetzoeker

Bijlagen Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van de Bahamas houdende een overeenkomst inzake de toepassing van het op 26 september 1898 te Londen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland gesloten Verdrag tot uitlevering van misdadigers

Ontwerp

I. De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van het Gemenebest van de Bahamas haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar het Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, ondertekend op 26 september 1898 te Londen, welk Verdrag met ingang van 14 maart 1899 van kracht was voor de toenmalige Britse Kolonie de Bahama-eilanden.

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden heeft de Ambassade opgedragen aan de Regering van het Gemenebest van de Bahamas voor te stellen dat de betrekkingen tussen de twee Staten ter zake van uitlevering zullen worden beheerst door de bepalingen van het genoemde Verdrag van 26 september 1898, met dien verstande dat wanneer er in dat Verdrag sprake is van onderdanen, autoriteiten, grondgebieden of wetten van het Verenigd Koninkrijk van GrootBrittannië en Ierland daaronder worden verstaan: onderdanen, autoriteiten, grondgebieden of wetten van het Gemenebest van de Bahamas. Voorts wordt voorgesteld dat elke Partij uitlevering niet slechts mag weigeren op gronden die in het bijzonder in het Verdrag zijn genoemd, doch ook op gronden die zijn omschreven of voorzien in haar wetgeving, met inachtneming van het recht van toepassing van het beginsel van wederkerigheid. Met betrekking tot het bepaalde in artikel II, laatste lid, van het Verdrag zou de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de bevestiging op prijs stellen dat de Regering van het Gemenebest van de Bahamas ook onder deze bepaling verstaat dat uitlevering voor misdrijven die betrekking hebben op verdovende middelen, kan plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen van de nationale wetten en voorschriften van elke Partij.

Ten slotte wordt voorgesteld dat de Verdragsluitende Partijen zich ertoe verbinden elkaar in zo ruim mogelijke mate rechtshulp te verlenen, in overeenstemming met de bepalingen van de nationale wetgeving, in elke strafrechtelijke procedure die betrekking heeft op strafbare feiten waarvan de bestraffing behoort tot de bevoegdheid van de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij. Indien de bovengenoemde voorstellen aanvaardbaar zijn voor de Regering van het Gemenebest van de Bahamas, heeft de Ambassade de eer verder voor te stellen dat deze Nota en het bevestigende antwoord van het Ministerie daarop een Overeenkomst ter zake tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemenebest van de Bahamas zullen vormen, welke Overeenkomst, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, van toepassing zal zijn op het Rijk in Europa en op de Nederlandse Antillen en in werking zal treden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van de Bahamas elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat in beide landen aan alle daarvoor vereiste constitutionele formaliteiten is voldaan.

Ontwerp

II. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Gemenebest van de Bahamas biedt de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden zijn complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar de Nota No. ........... d.d. ............... van de Ambassade, die als volgt luidt:

(zoals in de Nota van de Ambassade)

Het Ministerie heeft het genoegen te bevestigen dat het voorstel, vervat in de bovengenoemde Nota van de Ambassade, aanvaardbaar is voor de Regering van het Gemenebest van de Bahamas en dat de Nota van de Ambassade en deze Nota een Overeenkomst ter zake tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Gemenebest van de Bahamas vormen, welke Overeenkomst, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, van toepassing zal zijn op het Rijk in Europa en op de Nederlandse Antillen en in werking zal treden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van de Bahamas elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat in beide landen aan alle daarvoor vereiste constitutionele formaliteiten is voldaan.

(complimenten)

Regeling
Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van de Bahamas houdende een overeenkomst inzake de toepassing van het op 26 september 1898 te Londen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland gesloten Verdrag tot uitlevering van misdadigers
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-06-1988
BWB-id
BWBV0002916
Versie
1988-06-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl