wetzoeker

Artikel 17 Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen

Iedere Staat, die niet vertegenwoordigd is geweest op de Achtste Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, kan tot dit Verdrag toetreden. De Staat, die wenst toe te treden, geeft van zijn voornemen kennis door een akte, die wordt nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland. Dit doet, langs diplomatieke weg, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen.

Het Verdrag treedt in werking tussen de toetredende Staat en de Staat, die heeft verklaard deze toetreding te aanvaarden, op de zestigste dag, te rekenen van de datum van nederlegging van de akte van toetreding.

De toetreding zal slechts gevolg hebben in de betrekkingen tussen de toetredende Staat en de verdragsluitende Staten, die hebben verklaard deze toetreding te aanvaarden. Deze verklaring zal worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland; dit doet, langs diplomatieke weg, een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen.

Het is welverstaan, dat toetredingen eerst kunnen geschieden na de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 16.

Regeling
Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
28-04-1964
BWB-id
BWBV0002908
Versie
1964-04-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl