wetzoeker

Artikel 6 Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland

RECHTSPOSITIE VAN HET HOF

1 Het terrein van het Hof is onschendbaar. De bevoegde autoriteiten waarborgen dat het terrein niet geheel of gedeeltelijk wordt onteigend of het Hof wordt ontzegd zonder zijn uitdrukkelijke toestemming.

2 De bevoegde autoriteiten betreden het terrein van het Hof niet voor het vervullen van een officiële taak tenzij dit geschiedt met de uitdrukkelijke instemming of op verzoek van de Griffier, of van een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof. Op het terrein van het Hof vinden geen gerechtelijke acties en geen betekening of tenuitvoerlegging ter zake van rechtsvervolging plaats, met inbegrip van de inbeslagneming van privé-eigendommen, behoudens met instemming van de Griffier en in overeenstemming met de door hem of haar goedgekeurde voorwaarden.

3 In geval van brand of andere noodgevallen die onmiddellijk beschermend optreden vereisen, of indien de bevoegde autoriteiten in redelijkheid kunnen aannemen dat een dergelijk noodgeval zich heeft voorgedaan of op het punt staat zich voor te doen op het terrein van het Hof, wordt de instemming van de Griffier, of van een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof, voor de nodige toegang tot het terrein van het Hof geacht te zijn gegeven indien geen van beiden op tijd kan worden bereikt.

4 Onverminderd het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde, nemen de bevoegde autoriteiten de nodige stappen om het terrein van het Hof tegen brand of ander onheil te beveiligen.

5 Het Hof voorkomt dat zijn terrein gebruikt wordt als toevluchtsoord voor personen die arrestatie of berechting op grond van enige wet van het Gastland willen ontlopen.

Regeling
Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-2008
BWB-id
BWBV0002899
Versie
2008-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl