wetzoeker

Gemeenschappelijke verklaring Eerste Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, voor ondertekening opengesteld op 19 juni 1980

De Regering van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland,

op het ogenblik van de ondertekening van het eerste Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980,

verwijzende naar de gemeenschappelijke verklaring gehecht aan het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst,

geleid door de wens een zo doeltreffend en eenvormig mogelijke toepassing van de bepalingen van dit Verdrag te verzekeren,

verlangende te voorkomen dat verschillen in uitlegging van het Verdrag afbreuk doen aan de eenheid van dit Verdrag,

spreken de mening uit dat iedere Staat die lid wordt van de Europese Gemeenschappen tot dit Protocol dient toe te treden.

Regeling
Eerste Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, voor ondertekening opengesteld op 19 juni 1980
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-12-2007
BWB-id
BWBV0002890
Versie
2007-12-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl