wetzoeker

Artikel 11 Protocol inzake een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

ORGANISATIE

De rechters mogen niet deelnemen aan de berechting van enige zaak waarin zij vroeger zijn opgetreden als raadsman of advocaat van een van beide partijen, of waarover zij geroepen zijn geweest zich uit te spreken als lid van een rechtbank, van een commissie van onderzoek of in enige andere hoedanigheid.

Wanneer een rechter om een bijzondere reden meent niet te kunnen deelnemen aan de berechting of het onderzoek van een bepaalde zaak, deelt hij dit aan de President mee. Ingeval de President van oordeel is dat een rechter om een bijzondere reden niet over een bepaalde zaak dient te zitten, stelt hij de betrokkene hiervan in kennis.

Een rechter kan door elke partij worden gewraakt om een van de in eerste alinea genoemde redenen of op verdenking van partijdigheid.

Partijen kunnen geen wijziging in de samenstelling van het Hof of van een van zijn kamers verlangen met een beroep op de nationaliteit van een rechter, of op het feit dat in het Hof of in een van zijn kamers een rechter van zijn nationaliteit ontbreekt.

Levert de toepassing van dit artikel moeilijkheden op, dan beslist het Hof.

Regeling
Protocol inzake een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-12-1989
BWB-id
BWBV0002882
Versie
1989-12-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl