wetzoeker

Nr. II Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada houdende een overeenkomst inzake de tewerkstelling van gezinsleden van diplomaten

's-Gravenhage, 1 mei 1991

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw brief d.d. 1 mei 1991, waarvan de tekst als volgt luidt:

(Zoals in nr. I)

In antwoord daarop heb ik de eer U mede te delen dat bovenstaand voorstel aanvaardbaar is voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en dat Uw brief, te zamen met deze brief, een overeenkomst vormt tussen onze beide Regeringen, die in werking treedt op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van Canada ervan in kennis stelt dat aan de constitutionele vereisten is voldaan.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

Regeling
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada houdende een overeenkomst inzake de tewerkstelling van gezinsleden van diplomaten
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-12-1991
BWB-id
BWBV0002874
Versie
1991-12-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl