wetzoeker

Artikel 21 Europese Overeenkomst voor de bescherming van gewervelde dieren die worden gebruikt voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging

Gebruikende instellingen

1 Dieren van de onderstaande soorten, die zijn bestemd om gebruikt te worden in procedures dienen direct te worden betrokken van geregistreerde fokinstellingen of uit dergelijke instellingen afkomstig te zijn, tenzij een algemene of bijzondere vrijstelling is verkregen in overeenstemming met door de Partij te nemen maatregelen:

Muis Rat Cavia Goudhamster Konijn Hond Kat Kwartel | Mus musculus Rattus norvegicus Cavia porcellus Mesocricetus auratus Oryctolagus cuniculus Canis familiaris Felis catus Coturnix cotumix

2 Elke partij verbindt zich het bepaalde in het eerste lid van dit artikel uit te breiden tot andere soorten, met name van de orde der primaten, zodra er een redelijk vooruitzicht is op het beschikken over een voldoende toelevering van voor dit doel gefokte dieren van de betrokken soorten.

3 Zwervende dieren van gedomesticeerde soorten mogen niet in procedures worden gebruikt. De algemene vrijstelling, voorzien in het eerste lid van dit artikel, mag niet worden uitgebreid tot zwerfhonden en -katten.

Regeling
Europese Overeenkomst voor de bescherming van gewervelde dieren die worden gebruikt voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-12-2005
BWB-id
BWBV0002789
Versie
2005-12-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl