wetzoeker

Artikel 10 Overeenkomst inzake tijdelijke invoer

1 Het bewijs dat de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen), ingevoerd onder dekking van een document voor tijdelijke invoer, weder zijn uitgevoerd, wordt geleverd door de stam van de wederuitvoerstrook, ingevuld en gestempeld door de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer.

2 Indien niet overeenkomstig het eerste lid van dit artikel is vastgesteld dat de goederen weder zijn uitgevoerd, kunnen de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, zelfs na het verstrijken van de geldigheidsduur van het document, als bewijs van wederuitvoer aanvaarden:

a. de aantekeningen die door de douaneautoriteiten van een andere Overeenkomstsluitende Partij op het document voor tijdelijke invoer zijn aangebracht bij de invoer of wederinvoer, of een verklaring van deze autoriteiten die is gebaseerd op de aantekeningen vermeld op een strook die bij de invoer of wederinvoer in hun grondgebied uit het document is verwijderd, mits deze aantekeningen betrekking hebben op een invoer of wederinvoer waarvan kan worden aangetoond dat deze heeft plaatsgevonden na de wederuitvoer waarvan het bewijs dient te worden geleverd;

b. elk ander bewijsstuk waaruit blijkt dat de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) zich buiten dat gebied bevinden.

3 Ingeval de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij afzien van de eis tot wederuitvoer van bepaalde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die tot haar gebied zijn toegelaten onder dekking van een document voor tijdelijke invoer, wordt de aansprakelijke organisatie slechts van haar verplichtingen ontheven wanneer deze autoriteiten in het document hebben bevestigd dat met betrekking tot deze goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) regularisatie heeft plaatsgehad.

Regeling
Overeenkomst inzake tijdelijke invoer
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-05-2017
BWB-id
BWBV0002763
Versie
2017-05-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl