wetzoeker

Artikel 4 Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten van 2 december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober 1978, en 19 maart 1991

ALGEMENE VERPLICHTINGEN VAN DE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN

1 [Behandeling] Onverminderd de in dit Verdrag genoemde rechten, genieten onderdanen van een Verdragsluitende Partij, alsmede natuurlijke personen die hun woonplaats en rechtspersonen die hun zetel op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij hebben, wat de verlening en bescherming van kwekersrechten betreft, op het grondgebied van elke andere Verdragsluitende Partij dezelfde behandeling als die welke door de wetgeving van die andere Verdragsluitende Partij is toegekend of hierna zal worden toegekend aan haar eigen onderdanen, mits die onderdanen, natuurlijke personen of rechtspersonen de voorwaarden en formaliteiten vervullen die zijn opgelegd aan de onderdanen van de bedoelde andere Verdragsluitende Partij.

2 [„Onderdanen”] Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt verstaan onder „onderdanen”: wanneer de Verdragsluitende Partij een Staat is, de onderdanen van die Staat en, wanneer de Verdragsluitende Partij een intergouvernementele organisatie is, de onderdanen van de Staten die lid zijn van die organisatie.

Regeling
Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten van 2 december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober 1978, en 19 maart 1991
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
24-04-1998
BWB-id
BWBV0002685
Versie
1998-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl