Bijlage Overeenkomst inzake technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India
Indiase vrijstellingen/faciliteiten voor deskundigen die geen Indiaas onderdaan zijn, ter beschikking gesteld of gefinancierd door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:
1. Vrijstelling van belasting en alle andere fiscale heffingen ten aanzien van salarissen, vergoedingen en andere toelagen, aan de deskundige betaald door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.
2. Invoer in India, zonder dat de deskundige invoerrechten hoeft te betalen, van -
a) de volgende persoonlijke bezittingen en huishoudelijke goederen:
1. één eigen auto of motorrijwiel;
2. één radiotoestel of radiogrammofooncombinatie;
3. één koelkast en één diepvriezer;
4. één wasmachine;
5. twee air-conditioningsapparaten;
6. kleine elektrische apparaten en toebehoren;
7. beroepsuitrusting en klein gereedschap;
8. één televisietoestel;
9. één bandrecorder;
10. één gasfornuis of elektrisch fornuis;
11. film- en fotoapparatuur;
b) reservedelen en vervangende onderdelen, binnen redelijke grenzen zoals wederzijds overeengekomen tussen de twee Regeringen, voor de ingevoerde persoonlijke bezittingen en huishoudelijke goederen, zoals genoemd onder a), indien de bruikbaarheid daarvan wezenlijk is aangetast;
c) consumptiegoederen en medicijnen, die voorzien in de behoeften van de deskundige en zijn/haar gezin tijdens het verblijf in India, tot een beperkt bedrag per jaar, gebaseerd op de factuurwaarde van de ingevoerde goederen; de waarde van de consumptiegoederen die aldus ingevoerd mogen worden, wordt jaarlijks vastgesteld. Indien een deskundige korter dan een jaar in India verblijft, worden de bovengenoemde bedragen pro rata op basis van het aantal maanden aangepast.
De onder a) genoemde faciliteit is afhankelijk van de volgende voorwaarden:
i) Het/De goed(eren), zoals boven vermeld, is/zijn niet ingevoerd op grond van de „Passenger (non-tourist) Baggage Rules” en de „Transfer of Residence Rules”;
ii) Het/De goed(eren) worden weer uitgevoerd wanneer de deskundige India verlaat na beëindiging van zijn werkzaamheden.
iii) Indien een van de bovengenoemde goederen in India verkocht of anderzins vervreemd wordt, dient de deskundige hiertoe vooraf toestemming te verkrijgen van de Regering van India; deze toestemming kan gegeven worden, onder voorbehoud van de geldende voorwaarden en van de betaling van douanerechten zoals vereist in de ten tijde van een dergelijke transactie van toepassing zijnde voorschriften;
iv) De werkzaamheden van de deskundige hebben een aaneengesloten duur van 6 maanden of langer; voor kortere perioden kan de lijst met goederen in wederzijds overleg tussen beide Regeringen worden vastgesteld.
3. Mogelijkheid tot uitvoer uit India door de deskundige van de persoonlijke bezittingen en huishoudelijke en overige goederen, ingevoerd ingevolge paragraaf 2 hierboven, bij definitief vertrek uit India van de deskundige en zijn/haar gezin;
4. Het verschaffen van een geschikte, gemeubileerde woonruimte aan de deskundige, met of zonder gezin, of, in plaats daarvan, het verschaffen van een redelijke huurbijdrage voor de duur van het verblijf van de deskundige in India in verband met zijn werkzaamheden;
5. Het verschaffen van alles wat de deskundige eventueel nodig heeft voor een bevredigende uitvoering van de hem/haar opgedragen taken, zoals kantoorruimte, secretariaatsdiensten, lokale telecommunicatie en vervoer, alsmede andere faciliteiten;
6. Het verschaffen van gratis medische hulp en voorzieningen aan de deskundige en zijn/haar gezin tot hetzelfde bedrag en op dezelfde wijze als geldt voor een ambtenaar-,,Grade I” van de Regering van India;
7. Regelingen, zonder kosten voor de deskundige, ten behoeve van diens dienstreizen in India, op dezelfde grondslag als voor een ambtenaar-,,Grade I” van de Regering van India;
8. Het aan de deskundige en zijn/haar gezinsleden kosteloos verschaffen van de noodzakelijke in- en uitreisvisa en andere vereiste vergunningen en machtigingen;
9. Vrijstelling voor de deskundige wat betreft registratieverplichtingen in India, zoals die gelden voor zijn/haar beroep;
10. Het, indien noodzakelijk, aan de deskundige verschaffen van een identiteitsbewijs, ten einde hem te verzekeren van de bijstand van de Indiase autoriteiten bij de verrichting van zijn werkzaamheden;
11. Het vrijstellen van de deskundige en zijn/haar gezin van nationale dienstplicht in India;
12. Het aan de deskundige verlenen van dezelfde gunstige wisselfaciliteiten als worden verleend aan ambtenaren van vergelijkbare rang die deel uitmaken van diplomatieke missies in India;
13. Het aan de deskundige en zijn/haar gezin in India bieden van redelijke repatriëringsfaciliteiten in tijden van nationale of internationale crises.
- Regeling
- Overeenkomst inzake technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 28-01-1993
- BWB-id
- BWBV0002676
- Versie
- 1993-01-28_0