wetzoeker

Artikel 14 Verdrag inzake de rechten van het kind

1 De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.

2 De Staten die partij zijn, eerbiedigen de rechten en plichten van de ouders en, indien van toepassing, van de wettige voogden, om het kind te leiden in de uitoefening van zijn of haar recht op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind.

3 De vrijheid van een ieder zijn godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen kan slechts in die mate worden beperkt als wordt voorgeschreven door de wet en noodzakelijk is ter bescherming van de openbare veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.

Regeling
Verdrag inzake de rechten van het kind
Afkortingen
IVRK
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-11-2002
BWB-id
BWBV0002508
Versie
2002-11-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl