wetzoeker

Artikel 12 Verdrag inzake de rechten van het kind

1 De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.

2 Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.

Regeling
Verdrag inzake de rechten van het kind
Afkortingen
IVRK
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-11-2002
BWB-id
BWBV0002508
Versie
2002-11-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl