wetzoeker

Artikel 28 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing

1 Iedere Staat kan, op het tijdstip van ondertekening of van bekrachtiging van dit Verdrag of van toetreding ertoe, verklaren dat hij de in artikel 20 geregelde bevoegdheid van het Comité niet erkent.

2 Iedere Staat die Partij is en die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Regeling
Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-01-1989
BWB-id
BWBV0002507
Versie
1989-01-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl